Geloof, Hoop en Liefde

Tijdens de woord- en communieviering met het koor St. Caecilia op 4 november 2018 hield de heer C.H.J.C. de Raaff onderstaande overweging met als thema: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde (Corinthiërs 13:13). Daar gingen aan vooraf de lezingen uit:

  1. Eerste lezing Th. v.d. Voosenberg (Abdij van Berne, Heeswijk-Dinter)
  2. Heilig Evangelie lezing Marcus 12, 28b-34
Werkgroep liturgie: Kees de Raaff en Riet van Iersel
Werkgroep liturgie: de heer C.H.J.C. de Raaff en mevrouw R. van Iersel

Twee geboden: God en de naaste

U hebt vast wel eens die afbeeldingen gezien waarop Mozes staat afgebeeld op het moment waarop hij zojuist van God de tien geboden in ontvangst heeft genomen, twee van die stenen platen in zijn hand en daarop de geboden. Vaak valt dan op, dat er niet op elke plaat vijf geboden links en vijf rechts staan, maar drie geboden op de ene plaat en zeven op de andere. Die verdeling heeft te maken met de inhoud van die geboden: de eerste drie geboden gaan vooral over de eerbied jegens God, de overige zeven over de relatie met de naaste. Vandaar dat de tien geboden in het Jodendom, en ook door Jezus vandaag in het Evangelie, ook wel worden samengevat in twéé geboden: als eerste: God beminnen met heel uw hart, heel uw ziel, heel uw verstand en heel uw kracht en als tweede: de naaste beminnen als uzelf.

Voor iedereen

Veel mensen, ook zij die niet veel meer met het geloof hebben, zeggen: als iedereen zich nou eens aan de tien geboden zou houden, dan zou het er in de wereld veel beter aan toe gaan. En dat ís natuurlijk ook zo, ook al denken de meeste mensen dan vooral aan zichzelf en de naaste en minder aan de geboden richting God.

Religie gaat om de liefde

Iemand, ik weet niet wie, zei ooit: Religie is als een stok. Je kunt er op leunen en je kunt er mee slaan. Een nadenkertje. Er mee slaan gebeurt al eeuwenlang en nog steeds; denk bijvoorbeeld maar aan het Midden-Oosten. Er op leunen ook gelukkig, maar dat vereist rust en reflectie. Ook dat gebeurt gelukkig nog vaak, al moeten we daar dan wél de tijd voor nemen. Zo was er afgelopen dinsdag ‘Het Nationaal Religiedebat’ dat werd gehouden in Amsterdam in een gebouw dat heet: “De Nieuwe Liefde”. Zou dat toeval zijn?

Geloven is een werkwoord

Ik weet niet of u er van gehoord hebt, maar we hebben in Nederland naast een Dichter des Vaderlands ook een Denker des Vaderlands en een Theoloog des Vaderlands. We hebben sinds dit jaar zelfs – jawel – een Jonge Theoloog des Vaderlands. Die is vorig weekend verkozen. Een van de kandidaten – die het overigens niet geworden is – gaf op de vraag waarom hij voor de studie theologie had gekozen het volgende antwoord: ‘Ik was op zoek naar God, maar kwam erachter dat God geen theologie studeerde, althans niet in Groningen. Ik dacht dat theologie antwoord zou geven op mijn geloofsvragen, maar ik wérd juist bevraagd.’. Ik hoop van harte, dat hij God zal vinden. De nieuwe – volwassen – ‘Theoloog de Vaderlands’ Stefan Paas zei afgelopen week in een kranteninterview in het kader van afbrokkelend religieus bewustzijn: ‘Religieus zijn is iets wat je – net als vioolspelen of volleyballen – moet oefenen’. Als je er niet mee opgroeit, er niet mee bezig bent, dan wordt het wel heel moeilijk om dat later nog eens op te pakken. Dat ligt wel heel dicht aan tegen het verhaal over Geloof, Hoop en Liefde op bladzijde 3 van uw boekje dat mevrouw Van Iersel zojuist voorlas. Geloof, hoop en liefde …… het komt allemaal niet vanzelf; het zijn stuk voor stuk werkwoorden en wij – u en ik – zijn de werkers.

De farizeeër als medestander

Kijken we naar het Evangelie van vandaag, dan valt meteen op, dat de schriftgeleerde in het verhaal – een Farizeeër – hier geen tegenstander is van Jezus, maar een welwillende gesprekspartner. Het gesprek is geen discussie met de bedoeling Jezus in de val te lokken, maar een oprechte gedachtewisseling, een leergesprek over de rangorde van de wetsvoorschriften. Jezus en de schriftgeleerde zijn het eens over het eerste gebod, het beminnen van de ene God met heel je hart, je ziel, je verstand en kracht (met je hele hebben en houden dus) en Jezus koppelt daaraan het gebod over de liefde tot de naaste. Door liefde tot God en liefde tot de medemens met elkaar te verbinden, staat Jezus helemaal in het spoor van de Tora en de Profeten. Zo gek is dat trouwens niet, want vergeet niet dat Jezus zelf ook een Jood was en daar dus mee is opgegroeid en ook op voort borduurde.

Liefde voor God en medemens boven alles

De schriftgeleerde valt Jezus nadrukkelijk bij, hij voegt er zelfs aan toe dat deze twee geboden, van liefde voor God en voor de medemens, belangrijker zijn dan alle brand- en slachtoffers, iets wat indertijd een stuk gebruikelijker was dan nu.

Jezus constateert daarop dat hij – die Farizeeër – niet ver af staat van het koninkrijk Gods. Zelfs voor wie tot de categorie van de ‘tegenstanders’ behoort, blijft het perspectief op het Rijk Gods dus open. 

Dit is een van de weinige keren, misschien wel de enige keer, dat een Farizeeër geen ruzie had met Jezus. Sterker nog, ze zijn het met elkaar eens! Dat betekent iets. Dat betekent dat het heel belangrijk is en geeft daarmee extra gewicht aan het belang van die geboden.

Welke naam heeft die ene ware God?

 Is er één ware God? Wij zeggen van wel en dat volgt ook uit het Evangelie. Maar wíe dan wel? Bisschop Muskens heeft eens een knuppel in een hoenderhok gegooid met de uitspraak: wij kunnen God óók Allah noemen. Tja, het is misschien maar welke naam je er aan geeft.

Een lesje over vloeken

Zo hoorde ik laatst een mooi verhaal van een onderwijzer op een – laten we zeggen nogal gemengde – basisschool. In zijn klas werd stevig gevloekt en het Godverdomme vloog om de haverklap door de lucht. Deze onderwijzer stelde voor om voortaan ‘Allahverdomme’ te roepen. Maar dát kon niet! Maar waarom bij het ene Godsnaam wél en bij de andere niet, vroeg hij? Tja, toen werd er pas goed bij stil gestaan en er waren vele monden vol tanden; je hoort het in die klas nooit meer.

Konden we maar in de hemel kijken!

Wie zegt dat we er straks in het Hiernamaals sowieso niet achter komen dat we het de hele tijd over hetzelfde, misschien dézelfde, hebben? Al die religies en geloven, maar toch die ene ware God. Dat er überhaupt geen verschil is? We zullen het hier niet weten, maar ik ben zéér benieuwd kan ik u zeggen.

Het geloof blijft zich ontwikkelen

Ja, die ene ware God. Weet u nog van vroeger de uitspraak “twee geloven op één kussen ……. juist, … daar slaapt de duivel tussen”. Dat kon tot de jaren 70 zeker niet. Ik kan me nog goed herinneren dat wij met het jongerenkoor waar ik op zat (ja ik ben ook jong geweest), het eerste oecumenische huwelijk inzongen in Breda tussen een katholiek en een protestant. Dat was ergens rond 1970, maar daar gingen lange en indringende gesprekken aan vooraf met Bisschop Huub Ernst van Breda en Dominee Adri van den Bosch uit het Ginneken (bekend van de dagsluitingen op de radio). Zo’n gemengd huwelijk was toen zeer progressief en er was veel ophef over; daar zou je nu raar van staan te kijken, al vraag ik mij wel eens af welke wegen er momenteel worden ingeslagen door de hoge heren in de katholieke kerk.

Afgoden van deze tijd

We hebben tegenwoordig ook te maken met veel – als het ware – maatscháppelijke goden. Denk aan de komende verlanglijstjes met Sinterklaas en Kerstmis; denk aan sport, zoals voetbalgoden, tennisgoden, wielrengoden en Formule-1 goden; ook het lichaam en alle moeite die we er voor doen om maar geen rimpeltje te hoeven zien en het met de duurste mode zo mooi mogelijk uit te laten komen ……. of zo goed mogelijk te verbergen. Tja, de verering en verheerlijking die daarmee gepaard gaat neemt soms haast religieuze vormen aan. Als we nou eens zorgen dat we daarvan een beetje de kant van God én onze naaste op bewegen.

Liefde voor elkaar

We hebben net Allerheiligen en Allerzielen achter de rug. Eergisteren herdachten wij de mensen die ons ontvallen zijn. Wij herdachten dan in liefdevolle herinnering. Mensen, familie of vrienden vaak, die wij lief hadden; familie en vrienden vaak, die óns hebben lief gehad. De ander kan niet zonder onze liefde, maar wij zijn zelf even váák ‘de ander’. U bent voor mij een ander en ik ben voor u een ander. Kortom we kunnen in deze wereld niet zonder elkaars liefde.

Open je hart

Eigenlijk is alles bedoeld als een oproep aan iedereen om open te staan voor God en voor de naaste, onder andere door lief te hebben en door goed te doen. Die liefdevolle God helpt ons daarbij. Geef van jezelf, uit jezelf. Dan doen we al heel veel: dan zetten we ons eigen belang éven op de tweede plaats. Dat kan trouwens op veel manieren. Ook geestelijk! Dus klaarstaan met een luisterend oor betekent óók iets van jezelf geven (al is het maar aandacht). En wat dat betreft heb ik u al eens eerder gezegd: je hebt meer in huis dan je zelf denkt. Dat geldt niet alleen voor de zolder in huis, maar ook voor die andere bovenkamer, die in je hoofd ja, je geest. Zet ‘m open, geef ook dáárvan.

Begin eraan!

Wie ook wel eens wat geeft is mevrouw Van Iersel. Zo kreeg ik eens met Pasen dit kaarsje in de vorm van een eivormig kuiken met een tekstje erbij en dat luidt: ‘Jezus leeft in alle mensen die in Zijn naam verder gaan, die de wereld laten weten: Liefde wint, begin eraan!’

Amen.

Parochie St. Urbanus in het Noorddamcentrum