St. Urbanuskerk Bovenkerk - kloostermoppen Mirakel Amsterdam

Bij de St. Urbanuskerk zijn onlangs twee kloostermoppen uit de 13e eeuw geplaatst, pal onder de eerste steen die voor de herbouw is ingemetseld. Hiermee wordt een punt gemarkeerd in de middeleeuwse Mirakel-route naar Amsterdam. Vanaf 10 oktober herdenkt men hiermee 675 jaar Mirakel van Amsterdam in de KoepelKathedraal Haarlem en de Stompe Toren Spaarnwoude. Voor meer informatie: www.stichtingkatholiekerfgoed.nl / 06-51184851 (Maurice Essers).

Het Mirakel van Amsterdam

In het jaar 1345 vond in de Kalverstraat in Amsterdam het Mirakel van Sacrament van Amsterdam plaats, een eucharistisch wonder dat de opkomst van Amsterdam als pelgrims- en handelsstad inluidde. Sindsdien kwamen pelgrims van heinde en verre naar de kapel van de Heilige Stede, die in 1347 werd gebouwd op de plaats van het wonder. De pelgrims liepen over de Heiligeweg en andere pelgrimsroutes naar Amsterdam. In de Mirakelstad volgden ze een processieroute die hen twee keer langs de Heilige Stede leidde. Zelfs toen Amsterdam en de Heilige Stede in 1578 protestants werden, bleven de katholieke pelgrims komen.
Nieuwe tijden braken aan toen in 1881 op initiatief van twee Amsterdammers de oude processieroute in ere werd hersteld. In stilte liepen zij vanaf het Spui via Kalverstraat, Dam, Haarlemmerstraat, Warmoessteeg en Nes terug naar de Begijnhofkapel aan het Spui. De Stille Omgang was geboren! In moeilijke tijden, tijdens de Spaanse griep en rond de Tweede Wereldoorlog, liepen tienduizenden pelgrims mee. En nog steeds komen in de vastentijd jaarlijks duizenden pelgrims met bussen naar Amsterdam om er de Stille Omgang te lopen.

Wiki: Kloostermoppen

Ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd, zijn middeleeuwse bakstenen. Ze waren veel groter dan de huidige bakstenen en werden vooral gebruikt in kloosters, kerken en kastelen. Ofschoon het niet met zekerheid vastgesteld kan worden, is de heersende opvatting dat kloosterorden aan de bakermat van de baksteenfabricage stonden, hetgeen blijkt uit de naam; ook bakstenen die niet door monniken gebakken waren, werden in de volksmond zo genoemd. Sommige huizen werden ook uit kloostermoppen opgetrokken, maar, omdat deze erg duur waren, werden de meeste huizen in die tijd meestal van hout gebouwd.

Geschiedenis van kloostermoppen in Nederland

Nadat de Romeinen begin van de 5e eeuw verdwenen uit de Nederlanden, verdween daarmee ook de baksteennijverheid. In de eeuwen hierna was er minder behoefte aan steen als bouwmateriaal en werd vooral hout, leem, riet en zoden gebruikt. In de loop van de Middeleeuwen ontstond meer behoefte aan hardere materialen. De voorheen uit het buitenland aangevoerde natuursteen kon niet meer aan de eis voldoen. De Friese kloosterorden, die contact hadden met het verre Italië waar de baksteentechniek bewaard was gebleven, herintroduceerden de technologie begin 12e eeuw. De zeeklei die in Friesland gebruikt werd als grondstof, vereiste echter een ander bakprocedé. Naar waarschijnlijkheid hebben de Friese monniken dat procedé zelf ontwikkeld.[1] Van hieruit zou het tot de 13e eeuw duren voordat de techniek zich over Nederland verspreidde.