1e zondag van de advent

Overweging bij de viering van zondag 29 november 2020 in het Noorddamcentrum. Voorganger: diaken Eugène Brussee

We beginnen vandaag met de Advent. Deken Jongerden zei het al. Een bijzondere tijd. Letterlijk betekent Advent: tot de komst van. In dat woord Advent zit dus een verlangen, een vol verwachting uitzien naar dat wat komen gaat.

Het past goed bij deze tijd. De kinderen zien vol verwachting uit naar het Sinterklaasfeest. Vol verwachting klopt ons hart zingen we. Want wat zal ik allemaal krijgen van de Sint? Bovendien: we verwachten er gezelligheid van.

Maar we denken kerkelijk gezien natuurlijk ook aan Kerstmis, dat mooie feest dat bij velen zo tot de verbeelding spreekt. Een feest dat meer dan alle andere christelijke feesten zo uitbundig gevierd wordt in ons land. Normaal gesproken. Dit jaar zat dat niet zo uitbundig kunnen.

Maar Advent gaat ook nog over wat anders. Namelijk over de eindtijd. Tot de komst van.. slaat dan op de terugkomst van Jezus op het einde der tijde. En over die tweede betekenis spreekt het evangelie van vandaag.

Het staat er wat streng, alsof de heer des huizes die naar het buitenland is vertrokken en onverwachts thuis zal komen klaar staat om zijn dienaars er van langs te geven als ze niet waakzaam zijn.

Ik heb daar het beeld bij van opgroeiende kinderen die een feestje houden, thuis als hun ouders weg zijn. Om dan vlak voordat de ouders terug komen alles snel op te ruimen. Maar als de ouders onverwachts eerder thuiskomen dan zijn de rapen gaar.

Maar is dat bedoeld?

Het is een vergelijking die Jezus maakt. Jezus valt ook niet samen met die heer des huizes. En het gaat hier niet over straf maar om de oproep om waakzaam te zijn. En dat heeft met een levenshouding te maken.

Want je weet niet hoe het leven loopt. Soms wordt je plotseling ziek of zelfs uit het leven weggenomen. Dan kun je niet zoveel meer veranderen aan je leven. Daarom is het goed om elke dag te leven als was het je laatste dag. Dat je nergens spijt van hoeft te hebben. Zo van: had ik nog maar dit gezegd of dat gedaan…

Van de week kreeg ik een rouwkaart binnen van een man die 64 geworden is en die ik goed gekend heb. Voorop die kaart staat: ‘In dankbaarheid kijk ik om; door het vertrouwen wat ik kreeg, kon ik doen wat van mij gevraagd werd.’ Het is mooi als je dat kunt zeggen op het einde van je leven.

In die eerste lezing, uit Jesaja, gaat het ook over een uitzien naar een betere tijd. Dat staat ons nu ook wel voor ogen. Dat we verlangen en uitzien naar een tijd waarin er meer contact mogelijk is en meer gezelligheid. Dat je niet steeds bang hoeft te zijn dat iemand te dicht bij je in de buurt komt. Dat we feest kunnen vieren zonder restricties.

Advent is dan: tot de komst van een tijd waarin dat allemaal weer mogelijk is.

In de tekst van Jesaja wordt er in die moeilijke tijd waarin het volk zit ook teruggekeken. Met daarbij de verzuchting ‘waarom, Heer, liet Gij ons van uw wegen afdwalen?’ Er is een besef dat er iets fout is gegaan in die relatie met God. En de schuld daarvoor zoeken de mensen allereerst bij zichzelf.

Ook wij kunnen dat contact met God soms een beetje kwijt zijn. Omdat je misschien zelf niet zo lekker in je vel zit of omdat er door alles wat er op je afkomt soms te weinig ruimte is in je leven om echt tot verdieping te komen.

Dat is eigenlijk heel jammer. Want juist ons geloof kan ons in deze moeilijke tijd helpen de moed niet te verliezen. Misschien dat daarom deze adventstijd ons kan stimuleren dat geloof dat we van huis uit hebben meegekregen en dat onlosmakelijk verbonden is met ons leven, meer aandacht te geven.

In de eerste lezing zien we die houding in ieder geval duidelijk verwoord. Het volk Israël wil opnieuw dat contact met God. Ze noemen God Vader. Dat is dus al iets van het Oude Testament, lang voor de komst van Jezus. God aanspreken als Vader betekent een beroep doen op een vertrouwelijke relatie met God. En daarbij hopen ze op Gods nabijheid: ‘Keer U weer tot ons’, staat er in de tekst bij Jesaja, ‘scheur toch de hemel open en daal af.’

Dat laatste is precies wat we met Kerstmis vieren. Dat God afdaalt. Dat Hij een van ons wordt, heel dichtbij. Als je dat goed tot je laat doordringen dan mag je toch ook geloven dat God in deze tijd dichtbij is, ook bij ons.

Advent: tot de komst van. Een tijd van voorbereiding, van blijde verwachting en misschien ook van een hernieuwd verlangen om contact te maken met Hem die ons leven draagt.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.