Margaret Kappers zou afgelopen weekeinde in het Noorddamcentrum de overweging houden en raakte geïnspireerd door de lezing uit het evangelie van Johannes 9 de verzen 1 tot 41. Toen brak de Corona crisis uit en werd alles anders dan anders. De overweging was al klaar en die wilde ze u niet onthouden.

Evangelie Johannes 9, 1-41

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af. Zijn leerlingen vroegen Hem; ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?’ Jezus antwoordde; ‘Noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden. Wij moeten de werken van Hem die Mij gezonden heeft verrichten zolang het dag is. Er komt een nacht en dan kan niemand werken. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld.’

Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de man en zei tot hem; ‘Ga u wassen in de vijver van Silóam,’- wat betekent: gezondene. – Hij ging ernaartoe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Zijn buren en degenen die hem vroeger hadden zien bédelen, zeiden; ‘Is dat niet de man, die zat te bédelen?’ Sommigen zeiden; ‘Inderdaad, hij is het.’ Anderen: ‘Neen, hij lijkt alleen maar op hem.’ Hijzelf zei: ‘Ik ben het.’ Toen vroegen ze hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’ Hij antwoordde; ‘De man die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij; Ga naar de Silóam en was u. Ik ben dus gegaan, waste mij en kon zien.’ Zij vroegen hem toen: ‘Waar is die man?’ Hij zei: ‘Ik weet het niet.’

Men bracht nu de man die blind was geweest bij de Farizeeën; de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen geopend, was namelijk een sabbat. Ook de Farizeeën vroegen hem dus, hoe hij het gezicht herkregen had. Hij zei hun; ‘De man die Jezus heet, deed slijk op mijn ogen, ik waste mij en ik zie.’ Toen zeiden sommige Farizeeën: ‘Die man komt niet van God, want Hij onderhoudt de sabbat niet.’ Anderen zeiden: ‘Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?’ Zo was er verdeeldheid onder hen. Zij richtte zich opnieuw tot de blinde en vroegen: ‘Wat zegt gijzelf van Hem, daar Hij u toch de ogen geopend heeft?’ Hij antwoordde: ‘’ Het is een profeet.’

De Joden wilden niet van hem aannemen, dat hij blind was geweest en het gezicht herkregen had, eer zij de ouders van de genezene hadden laten komen. Zij stelden hun toen de vraag: ‘Is dit uw zoon, die volgens uw zeggen blindgeboren is? Hoe kan hij dan nu zien?’ Zijn ouders antwoordden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is en dat hij blind is geboren, maar hoe hij nu kan zien, weten we niet: of wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet. Vraag het hemzelf, hij is oud genoeg en zal zelf zijn woord wel doen.’ Zijn ouders zeiden dit omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden hadden reeds afgesproken dat alwie Hem als Messias beleed, uit de synagoge gebannen zou worden. Daarom zeiden zijn ouders: ‘Hij is oud genoeg, vraag het hemzelf.’

Voor de tweede maal riepen de Farizeeën nu de man die blind was geweest, bij zich en zeiden hem: ‘Geef eer aan God. Wij weten dat die man die Jezus heet, een zondaar is.’ Hij echter antwoordde: ‘Of Hij een zondaar is, weet ik niet. Een ding weet ik wel: dat ik blind was en nu kan zien.’ Daarop vroegen zij hem wederom: ‘Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?’ Hij antwoordde; ‘Dat heb ik al verteld, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt ook gij soms leerlingen van Hem worden?’ Toen zeiden zij smalend tot hem: ‘Jij bent een leerling van die man, wij zijn leerlingen van Mozes. Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten we niet waar Hij vandaan is.’ De man gaf hun ten antwoord: ‘Dit is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet vanwaar Hij is; en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. Wij weten dat God niet naar zondaars luistert, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, dan luistert Hij naar zo iemand. Nooit in der eeuwigheid heeft men gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend. Als deze man niet van God kwam, had Hij zoiets nooit kunnen doen.’ Zij voegden hem toe: ‘In zonden ben je geboren, zo groot als je bent, en jij wilt ons de les lezen?’ Toen wierpen ze hem buiten.

Jezus vernam dat men hem buitengeworpen had en toen Hij hem aantrof, zei Hij: ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’ Hij antwoordde: ‘wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’ Jezus zei hem; ‘Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt.’ Toen zei hij: ‘Ik geloof, Heer.’ En hij wierp zich voor Hem neer. En Jezus sprak; ‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.’ Enkele Farizeeën die bij hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: ‘Zijn ook wij soms blind?’ Jezus antwoordde: ‘Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien, blijft uw zonde.’

Korte overweging

Misschien dacht u wel: waarom zo’n lange lezing? Had Johannes het niet wat korter op kunnen schrijven? Hij had toch kunnen vertellen, dat Jezus een blindeman was tegengekomen, die hij had genezen van zijn blindheid? Waarom zo lang? Omdat het om veel meer gaat dan het wonder van de genezing van deze man; het gaat erom, hoe erop gereageerd wordt. De preekverhalen van Johannes hebben vaak een dubbele betekenis en zitten vol symbolen. De blindgeborene: hij staat symbool voor de blindheid van een heel volk, dat in duisternis zit en het licht van Jezus niet ziet. Het licht: Licht is het eerste wat de mens ziet bij zijn geboorte, het levenslicht, een symbool van geluk en zegen. Speeksel werd in de oudheid als geneesmiddel gezien. Het slijk herinnert aan het scheppingsverhaal, waarbij God de mens uit aarde boetseerde. Wassen: in het zich wassen kan men de reinigende werking van het Doopsel zien. Siloam (dit is gezonden): Johannes verwijst hiermee naar Jezus, die ook Gezondene wordt genoemd.

Er komen verschillende personages langs in deze lezing.

Blinde mensen waren er relatief veel, in de tijd waarin het verhaal wordt verteld. De hygiëne was niet zo goed als nu, maar vooral door het stof en zand, waren er veel oogproblemen. Het enige dat je als blinde in die tijd kon doen, was bedelen in de buurt van de route naar de tempel. Dan de discipelen van Jezus: zij vragen zich af hoe het komt dat deze man blind is, daar moet een reden voor zijn; hij of zijn ouders hebben vast gezondigd en zijn vast ongehoorzaam geweest aan God. Zij vragen het aan Jezus, maar deze ontkent dat de man noch zijn ouders gezondigd hebben. Zij praten niet met de man, maar over hem en zien hem niet zitten. De man is een “geval” en je kunt lekker over hem praten en zelf buiten schot blijven, alleen… het helpt je niet verder. Ze vragen zich niet af: wat kan ik doen, wat kan ik voor die ander betekenen?

Buren en omstanders reageren heel anders: zij zijn stomverbaasd en kunnen het niet geloven. Als de blinde zijn verhaal heeft verteld over zijn genezing, is er interesse in de wonderdoener en aandacht voor de sensatie, maar het verhaal erachter interesseert ze eigenlijk niet. Ze komen niet echt in beweging!!! Ze zien wel, maar zien Jezus niet!!! De Farizeeën zijn geïnteresseerd in de regels, de traditie, alles gaat volgens de wet en dus mag er niet gewerkt worden op Sabbat. Dit is de rustdag, die God heeft ingesteld en Jezus werkt, dus dan kan Hij niet van God zijn. Sowieso was het op Sabbat verboden om zieken te genezen, tenzij er acuut levensgevaar was en dat was er niet bij de blindgeborene, maar Jezus trekt zich er niets van aan. Hij is gekomen om goed te doen, mensen te redden. De Farizeeën worden boos en bijten zich vast in hun gelijk en hebben weer een argument erbij om Jezus om het leven te brengen. Ze verwijderen zich van Jezus en hun regels en meningen winnen het, jammer zo kom je niet verder!!

In beweging komen en kleur bekennen

Ook de ouders worden ondervraagd. Was hij blind? Hoe kan het dan, dat hij nu ziet? Maar ze zijn bang, bang om uit de synagoge gezet te worden en zeggen: “Vraag het maar aan hem zelf, hij is oud en wijs genoeg.” Hun angst voor de religieuze leiders weerhoudt hen ervan om dit wonder te erkennen en open te staan voor Jezus. De druk van de omgeving of familie, “wat ze wel zullen zeggen”, is te sterk. Gebeurt dat ook niet bij ons, dat je op veilige afstand blijft en je je niet aan Jezus durft te verbinden? In dit verhaal gaat het erom, hoe mensen op Jezus reageren. Jezus geneest deze man, hij doet dit wonder om reacties bij de mensen op te roepen, hij wil ze in beweging krijgen, ze moeten zich uitspreken en kleur durven bekennen!

Voor wie je wat betekenen kunt

In de Bijbelse taal heeft blindheid een dubbele betekenis. Het gaat over lijfelijke blindheid en daarnaast nog een andere, die veel erger is, namelijk geestelijke blindheid. “Zien heeft te maken met “inzien”. Inzicht krijgen in wat er zich voordoet in het leven en dan de nodige stappen zetten, zich heroriënteren. Onszelf kritisch bekijken. Het gaat hier om het veel diepere “zien ”van het geloven. Om die wederzijdse betrokkenheid van het vertrouwen. We zien de mensen, de natuur, gebeurtenissen, we zien de nood in de wereld, maar “zien” wij ook werkelijk of lopen we maar wat rond in het duister en zijn geneigd te zeggen: “Het wordt nooit wat”? Gaan onze ogen ook open voor de mensen om ons heen, niet als een geval, maar zien als mensen voor wie je wat kunt betekenen? En als we soms toch niet zien, hoe het verder moet, met onszelf, met de kerk, of helemaal met de wereld, vertrouw er dan op, dat wij als blinde bedelaar aan de kant van de weg al doende weer “ziende” worden. Dat geldt ook nu, zoals u dit leest, met uw vreugde, met uw verdriet, met wat u allemaal meedraagt, met onze vragen zoals het coronavirus en alle maatregelen. Hij ziet ons en heeft zijn oog op ons gevestigd. Genezing begint daar, waar je Hem ziet!!!

Goddelijk kijken

door Adri Bosch

Goddelijk kijken, er zijn blinden, die dat kunnen,
Er zijn zienden, die daar moeite mee hebben.
Weg met de zwakken, dat is niet goddelijk gezien.
Leve de sterke man: dat is niet goddelijk gezien.
Weg met de vreemdeling: niet goddelijk gezien.
Leve eigen ras en eigen bloed: niet goddelijk gezien.
Weg met stille overgave: niet goddelijk gezien.
Leve prestatie en prestige: niet goddelijk gezien.

Maar te midden van oorlog, de vrede te zien dagen:
Dat is goddelijk gezien.
In doffe wanhoop de belofte blijven zien:
Dat is goddelijk gekeken.
In duistere nacht blijven turen naar het levenslicht:
Dat is goddelijk gezien.

In de vervuilde stad van de mens
Het begin kunnen zien van de stralende stad Gods:
Dat is kijken, zegt de schrift, zoals God kijkt.