Overweging van zondag 11 oktober door Marlies van ’t Hoff-Hattink. Voorafgaand aan de overweging is Mattheus 22,1-10 gelezen met als thema : “het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard!”

Beste parochianen,
De vorige week vergeleek Jezus de mensen van Israël met luie wijnbouwers. En omdat Israël een wijngaard was die alleen maar zure druiven en onkruid opleverde, zou God zich een ander volk kiezen. Vandaag vertelt Jezus opnieuw hoe ze de kans hebben gehad, maar die niet hebben gepakt. Even vaak als de Bijbel vertelt over Israël als de ‘wijngaard des Heren ‘even vaak vertelt de Bijbel over God die met zijn volk getrouwd is.

Jahweh is de bruidegom en Israël wordt zijn bruid genoemd. En om de ontrouw van zijn geliefde volk te schetsen, vertelt Jezus over een feest dat niet op gang kon komen doordat de als eersten genodigden – Gods volk – het lieten afweten. Die mensen, op wie God gedacht had te kunnen rekenen om de wereld tot een bloeiende wijngaard te maken, juist zij zeggen geen tijd te hebben. Drukdoende met eigen zaken hebben ze geen aandacht voor de vragen die Jezus hen stelt en geen aandacht voor de uitnodiging die zij kregen om op de bruiloft te komen.

Het evangelie gaat vandaag over zo’n bruiloft. Als Jezus zoekt naar een manier om zijn Messiaanse droom van het Rijk der Hemelen te verwezenlijken, dan grijpt Hij naar dit feestelijk aspect. Ons leven zal uitlopen op een wereldfeest, waarop iedereen wordt uitgenodigd, niemand uitgezonderd.

De voorbereidingen voor het bruiloftsfeest zijn intens geweest, alles tot in de puntjes geregeld. Er staan overheerlijke gerechten op het menu, de dranken zijn goed uitgekozen. Een schitterend diner, zoals je wel op bruiloften hebt, met het beste servies, kristallen glazen, lichtkandelaars. En … er wordt met ongeduld uitgezien naar de komst van de genodigden. De maaltijd zal vreugde geven, de ontmoeting zal heel warm en gezellig zijn. Een geslaagd feest zal men nooit vergeten! Het samen-eten is zelfs de basis geworden van het feest op Witte Donderdag, waarop de eucharistie is ingesteld. Samen-eten tot gedachtenis aan Hem.

Jezus is al geruime tijd bezig met zijn onderricht over het Koninkrijk van de hemel en dit des temeer met aandrang, naarmate het uur van zijn arrestatie nabijkomt. De hogepriesters ergeren zich in toenemende mate aan Jezus en aan zijn kritische optreden. Ze zijn erop uit om Hem gevangen te nemen en daarvan is Jezus zich zeer zeker bewust. Juist dan houdt Hij hun deze gelijkenis voor van een koning die een bruiloftsfeest geeft voor zijn zoon. Hoe reageren de genodigden op de uitnodiging van deze belangrijke en feestelijke gebeurtenis? We weten het al: ze willen gewoon niet komen! Wie heeft het ooit meegemaakt dat mensen zo’n uitnodiging afslaan? Zelfs een tweede uitnodiging heeft geen effect en iedereen doet alsof het hem of haar niet aangaat en trekt naar zijn akker of naar zijn belangrijke zaken. Deze onverschilligheid steekt! En onder de genodigden zijn er enkelen, die de dienaars vastgrijpen, mishandelen en zelfs doden.

De dienaars van de koning worden nu de stad ingestuurd naar de kruispunten van de wegen, om daar, wie ze ook maar tegenkomen uit te nodigen. Zij mogen rondbazuinen: iedereen is welkom: armen, rijken, gelen, blanken, zwarten, homo- of heteroseksuelen, groten en kleinen! En zo loopt de bruiloftszaal toch vol. Wat zullen die mensen genoten hebben! Eigenlijk een schitterend beeld wat Jezus gekozen heeft.

Ook Hij hield blijkbaar veel van bruiloften. Met zijn moeder ging Hij in het plaatsje Kana naar een bruiloft. En de meesten van ons weten hoe het daar afloopt. De wijn is op en Maria vraagt haar Zoon of die niet voor wat extra wijn kan zorgen. En Jezus zorgt er dan voor dat het Bruiloftsfeest niet ver¬watert, maar verandert in wijn, de feestelijke drank van het bruiloftsfeest. Tegen deze achtergrond speelt het evangelie van vandaag zich af. Als het aan Jezus ligt vieren we met elkaar een geweldig bruiloftsfeest. Een feest waarop er geen plaats is voor muurbloempjes!

Jammer dat velen van ons dat wereldfeest niet mee willen vieren en letterlijk zeggen: God, van mij hoeft het allemaal niet. Ze trekken zich terug in hun eigen dagelijkse beslommeringen. Maar het Bruiloftsfeest zegt ons, dat we niet meer bang hoeven te zijn voor God en we hoeven ook niet bang te zijn voor elkaar. Want Gods feest zál er komen. Maar… val dan niet uit de toon! Ga niet zitten vitten, stoken, roddelen, afkammen, zaniken of gapen van verveling.

Aandacht voor Gods bruiloftsfeest is aandacht hebben voor de Koning en voor de andere bruiloftgangers. Dat was de kracht van waaruit Jezus leefde: geloven in mensen. Geloven in mensen, ook al zijn ze verschraald door het verdriet. Van mensen blijven houden, zelfs al zijn ze vastgeroest in haat, vooroordelen en vernielzucht. Het was de rotsvaste overtuiging van Jezus dat mensen niet zijn geboren om oorlogje te spelen, elkaar te haten, elkaar bij moeilijkheden in de steek te laten, of elkaar de vernieling in te helpen. Hij was ervan overtuigd dat elk mens geroepen is om ‘Beeld van God’ – beeld van Zijn Vader – te zijn.

Op Gods wereldfeest wordt niet geroddeld, er wordt alleen maar feest gevierd. En ook wij zijn van harte uitgenodigd. Allemaal horen we erbij, wie we ook zijn. Dat is de droom van Jezus: en ook ons eigen leven mag uitlopen op dat geweldige bruiloftsfeest. Het grote bruiloftsfeest, dat ons eens te wachten staat!

Mogen wij dat voor ogen houden en daar ook met verlangen naar uitkijken! Maar niet te snel, zou ik willen zeggen. Wij willen allen nog graag lange tijd blijven leven, maar we kunnen ons er, door onze manier van leven, wel op voorbereiden.

Amen.

Gedachte van Wim Holterman

Een Uitnodiging.
We zijn uitgenodigd.
Vanaf de hoeken van de straten zijn we geroepen
Om deel te nemen aan het bruiloftsfeest van de Zoon.
We zijn welkom aan zijn tafel, we mogen deelhebben
Aan het feest van het leven. We zijn van harte welkom.
Onze afkomst, onze daden doen er niet toe.
De deur van de feestzaal staat open voor iedereen.
Maar soms komt het ons niet uit, zaken gaan voor.
We willen ons eerst veilig stellen, of hebben andere dingen te doen.
Brood en spelen maken ons soms doof voor de uitnodiging.
Er wordt zo vaak een beroep op ons gedaan.
Onze agenda is overvol, de werkdruk al te groot,
Een andere keer misschien…
We zijn allen uitgenodigd, het feest moet doorgang vinden.
Met of zonder ons. het kan niet uitgesteld worden,
Zonde, als je de uitnodiging naast je neer legt,
Want dan gaat het feest  voor jou niet door.