• door Els Rentenaar

Als het gaat over Jezus die het Brood breekt en deelt, dan denk ik al gauw aan het laatste avondmaal en de boodschap om zo voort te blijven doen. Minder gauw schiet die allereerste verdeling van brood me in gedachten, die van de ‘wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging’. Het is de evangelielezing van komende zondag die me eraan herinnert (Matt 14,13-21)*. Het verhaal is vast bekend, van het delen van 2 broden en 5 vissen met een grote massa mensen, om vervolgens meer over te houden dan waar het allemaal mee begon. Zo werd die wonderlijke maaltijd als het ware de eerste Eucharistieviering – de eerste ‘openluchtviering’, zou je kunnen zeggen. 

De zegen van het brood en de vis

Eigenlijk schiet me bij dit verhaal als eerste een herinnering te binnen uit mijn eigen kinderjaren: het moment dat ik voor het eerst gerookte makreel at. Mijn moeder had op een dag een paar vissen van de markt gehaald en we aten ze met vers wit brood. Manmanman, wat was dat lekker! Wat een openbaring! Nadien noemde ik makreel ‘Zeven boterhammen-vis’, dus dat geeft een idee hoeveel ik ervan lustte. Een soort broodvermenigvuldiging in het klein. Niet de broden en vissen uit het Bijbelverhaal, maar ik kwam toch een heel end. 

In dit Bijbelverhaal mogen we de beeldende kracht van bekende metaforen lezen. Want het gaat vast niet over een aanschouwelijk rekensommetje uit de basisschool, zo van: 2xa+5xb=12xc. Is het brood hier wel brood, of is het Brood met een hoofdletter, zoals het brood in ons bestaan? Datgene wat wij dagelijks nodig hebben om te kunnen leven? Een mens leeft niet van brood alleen, toch? Brood komt regelmatig langs in de verhalen die in de Bijbel zijn opgetekend, van manna dat over het volk Israël in de woestijn ‘sneeuwde’ in het Oude Testament, tot de vertellingen over Jezus in het Nieuwe Testament. Het gaat dus duidelijk over méér dan louter brood. Alle zegen komt van boven, zullen we maar zeggen.  

Een nieuw perspectief

Zoals zo vaak worden we geprikkeld om in de verhalen in de Bijbel verder te kijken dan de wat kinderlijk lijkende verhaalsymbolen. Net zoals een schilderij van een impressionist samenhang krijgt zodra je het van een afstandje bekijkt, moeten we verhalen als deze misschien ook wel door onze wimpers bekijken om het in het juiste perspectief te zien. Dan kunnen we de woorden van toen een plaats geven in het hier en nu en zien we ze in een andere realiteit. 

De start van het verhaal heeft iets diep menselijks en herkenbaars: Jezus hoort dat Johannes is gestorven. Hij reageert op dat slechte bericht zoals wij dat waarschijnlijk ook zouden doen, door zich terug te willen trekken zodra Hij hoorde dat een dierbare is gestorven, met de behoefte aan rust, stilte en afzondering om dat verlies te kunnen verwerken. Jezus twijfelde over die samenkomst: het werd al avond en Hij droeg zijn leerlingen eerst op om de mensenmenigte naar huis te sturen. In eerste instantie is Jezus daarmee dus even onbereikbaar voor de mensen. 

Ver weg, of toch dichtbij?

Ook nu hebben wij te maken met een Kerk die in de huidige omstandigheden lastig te vinden is of zelfs onbereikbaar lijkt. Een felle brand, het tekort aan voorgangers, de pandemie die beperkingen oplegt in de mate van contact die ons is toegestaan, en dit alles nog verder ingekleurd met ieders persoonlijke ervaringen. Kortom, we kunnen ervan meepraten! 

Gedreven door omstandigheden is Jezus ook nu best lastig te vinden onder ons. Dat komt misschien in hoofdzaak omdat wij ook onder elkaar niet altijd even makkelijk te vinden zijn. Die hongerenden in de woestijn van vandaag, dat zijn wij. Een honger van hart en ziel, in plaats van een rommelende maag. Kennen we die honger niet allemaal, zo op z’n tijd? Honger naar aandacht en liefde, naar ‘huidhonger’ zoals dat tegenwoordig heet, of gewoon een gezonde portie menselijke aandacht.  

Maar toch: is het ook geen teken van hoop dat Jezus vervuld werd van diep medelijden en zich daarna toch onder de mensen begaf? Om mensen te genezen zelfs. Letterlijk of overdrachtelijk, als historisch feit of overdrachtelijke gebeurtenis, ik heb geen idee. Het enige zekere idee dat ik daarover heb, is dat Hij zich bereikbaar toonde voor diegenen die Hem hard nodig hadden. 

(Lezers van Spirit hebben de ietwat prikkelende kaft van het zomernummer kunnen zien. Dat is precies wat we over de houding van Jezus kunnen lezen, die prikkelende, soms schurende manier om mensen een spiegel voor te houden. Regels zijn zo nu en dan noodzakelijk voor ons lijfsbehoud: toen, maar evenzeer nu. In die tijd, als mensen door ziekte besmet bleken en daarmee afstand afdwongen, op de heilige sabbat en dwars tegen de regels in, genas Jezus zieken. Op de cover zien we de huidige 1,5 meter afstand-regel, met daarachter de beeltenis van Jezus die zijn armen uitspreidt. Het stelt ons voor de vraag hoe wij tegenwoordig elkaar op afstand toch nabij kunnen zijn – niet tegen deze regel in, maar wel met een open houding). 

De leerlingen die zich geconfronteerd zagen met die enorme hoeveelheid mensen die op Jezus een beroep deden, zagen daarin vast een onmogelijke taak. De avond viel, de mensen hadden honger. Al die mensen voeden, dat is onmogelijk! Of…toch niet? Twee broden en vijf vissen: meer was er niet nodig om een hongerig volk te verzadigen en zelfs daarvan nog over te houden.   

De constant veranderende wereld daagt ons als Kerk en gemeenschap van gelovige mensen uit om daarin mee te veranderen en zo te zoeken naar creatieve oplossingen, telkens weer. De zondagse vieringen die vanaf medio maart alleen zonder publiek waren toegestaan en die in dit kader via livestream door RTV Amstelveen werden uitgezonden, zijn per eind juli beëindigd. Wie weet, wordt daarvoor een nieuwe vorm gevonden? 

Laatst bedacht ik me: als je je verdriet kunt delen met anderen, dan wordt het minder, maar als je geluk kunt delen, dan wordt dat vanzelf méér. Of om het met de woorden van Moeder Theresa te zeggen: ‘Als je één mens kunt helpen, dan help je de hele wereld.’ En ik denk dat dàt is wat we in dat licht als het Brood mogen lezen. Het lijkt wel een raadseltje, maar het is een mysterie.  

We krijgen ogenschijnlijk maar weinig om onze honger te kunnen stillen. Ogenschijnlijk weinig, maar wat we te verdelen hebben, mogen we als overvloed met ons meenemen, de toekomst in! 


* Matteüs 14,13-21 

Toen Jezus het bericht van de moord op Johannes vernomen had, voer Hij vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen, en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” “Het is niet nodig dat zij weggaan” – zei Jezus hun –, “geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken brak Hij de broden, die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *