Jezus van het Heilig Hart

Dorothée van Leer-Wassenburg schrijft…

Ergens diep weggestopt in mijn geheugen, wonen een paar zinnetjes uit een nieuwjaarswensje dat ik ooit heb opgezegd voor mijn ouders.

“Een Zalig Nieuwjaar lieve ouders
veel heil en zegen op uw levenspad
een dikke zoen op bei uw wangen
wat zegt U van uw lieve schat.”

Het bewaarschooltje

Ongetwijfeld een staaltje dichtkunst van zuster Queneria, een lief vroom nonnetje die de scepter zwaaide over het bewaarschooltje – zo heette dat nog in die dagen – waar ik mijn eerste schreden op het schoolpad zette. Een jaar of 5 moet ik geweest zijn – en nog geen flauw benul van de betekenis van die plechtige grote mensenwoorden, die moeiteloos (want er stevig ingestampt… dat blijkt wel) uit mijn kindermond rolden.

Optreden thuis

Maar mijn ouders vonden het waarschijnlijk prachtig. Ik kan me tenminste nog vaag herinneren dat mijn “optreden” van die vroege nieuwjaarsmorgen geprolongeerd werd tijdens het verplichte nieuwjaarsbezoek, dat we later op die dag aflegden bij “de tantes”. De tantes die helemaal geen tantes waren maar twee ongetrouwde, in mijn kinderogen stokoude, zussen die samenwoonden in het huisje achter de kleine kruidenierswinkel, waar mijn vader zich zes dagen per week van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat in het zweet werkte voor een karig loon. Verder dan de drempel van hun woning kwam hij nooit; alleen op Nieuwjaarsdag dus. Dan mocht hij het heilige der heiligen binnentreden, samen met zijn vrouw en vier kinderen.

Op bezoek

Een gebeurtenis waar mijn moeder altijd als een berg tegenop zag, maar waar wij kinderen naar uitkeken. Want de tantes waren rijk, heel rijk in onze ogen. Ze hadden prachtige pluchen stoelen waar je diep in wegzakte, tapijt op de vloer in plaats van het versleten zeil zoals bij ons thuis, ze hadden telefoon en een heilig hartbeeld onder een glazen stolp met een rood lichtje ervoor. Dát vond ik geloof ik het allermooiste.

Heilig Hartbeeld van Jezus

Wij hadden als keurig katholiek gezin natuurlijk ook een heilig hartbeeld, maar die was veel kleiner. Ons beeld stond ook niet onder een glazen stolp, beschenen door een zacht rood lichtje. Ons beeld stond gewoon op een nogal haveloze kast. Bovendien keek de lieve Heer bij ons thuis niet lief, maar boos. Misschien omdat hij maar één hand had; ongetwijfeld het gevolg van wild kinderspel in ons piepkleine huiskamertje.

Rijk en arm

Maar de tantes waren dus rijk, die konden zich een groot beeld mét stolp en lichtje veroorloven. Zoals ze zich ook konden veroorloven om een dubbeltje te doneren voor onze kerstrapporten, die uiteraard eerst nauwkeurig bestudeerd werden en van commentaar voorzien. Gelukkig kwamen we er alle vier altijd genadig van af – en daarna was het tijd voor een advocaatje voor de dames, een borreltje voor mijn vader en een glaasje mierzoete kinderlikeur voor ons. Op die bewuste nieuwjaarsmorgen halverwege de jaren 50 kreeg ik zelfs een tweede glaasje – als beloning voor het zo keurig, deze keer speciaal voor de tantes opgezegde nieuwjaarswensje. Ik kan me niet herinneren of ik die beloofde zoen op “bei uw wangen”ook aan hén heb gegeven. Vast niet, want ze waren niet zo van het zoenbare soort.

Nieuwjaar wensjes

Nieuwjaar wensjes in plechtige bewoordingen, met bloed, zweet en tranen uit het hoofd geleerd om op nieuwjaarsdag op gepaste toon te declameren voor ouders, grootouders en oude tantes. Zouden ze nog bestaan.? Ik denk het niet… ik kan me tenminste niet herinneren dat mijn kinderen ons ooit in dichterlijke stijl heil en zegen hebben toegewenst bij het aanbreken van een nog geheel in toekomst nevelen gehuld nieuw jaar

Ouderwets taalgebruik

Heil en zegen. Wie zeg dat nou nog in de 21e eeuw? Of een Zalig Nieuwjaar? Ik. Ja, ik zeg nog weleens Zalig Nieuwjaar. Niet tegen iedereen hoor. Ik ben daarmee opgehouden toen een destijds 10-jarig Amsterdams neefje tijdens de jaarlijkse familiebijeenkomst op nieuwjaarsdag heel hard aan zijn moeder vroeg: “Wat segt síj nou mao?”. Waarop mijn zus blijmoedig antwoordde: “Dat is ouderwets voor gelukkig Nieuwjaar, Pim” .

Toen begreep ik dat ik – wilde ik een béétje aanvaardbaar blijven in de ogen en oren van het opgroeiende nageslacht – mijn taal zou moeten aanpassen. Het werd dus voortaan: “Gelukkig Nieuwjaar” totdat ook dat plotseling “not done” meer bleek te zijn en de gehele Nederlandse bevolking massaal “de beste wensen“ over elkaar begon uit te storten, het liefst vergezeld gaand van drie dikke klapzoenen.

De beste wensen.
Ik kán er maar niet aan wennen.
Net zomin ik kan wennen aan Doei… Later…. of Hoi-e.
Ik blijf halsstarrig Daag en Tot ziens zeggen.
En zoeken naar een aanvaardbaar alternatief voor “de beste wensen”

Vrede en alle goeds…

Het liefst zou ik ieder medemens die ik na de jaarwisseling op mijn weg ontmoet, begroeten met de franciscaanse wens “Vrede en alle goeds” maar na deze een paar keer te hebben uitgesproken in een volle winkel, ben ik daar ook maar weer mee opgehouden. De mensen kijken je toch wat vreemd aan of ze vragen: “Wát zeg je…?”. Voor je het weet zit je weer in de hoek van de excentriekelingen

“Alle goeds” roep ik dus de laatste jaren minstens 20 keer tijdens de eerste week van een nieuw jaar. Vind ik ook mooi. En ja, af en toe, heel af en toe wens ik iemand nog weleens een “zalig Nieuwjaar” toe. Dat voelt nog altijd goed en wordt zeker door oudere katholieken gewaardeerd. Dacht ik. Maar toen ik vorig jaar de inmiddels hoogbejaarde zuster Queneria kort na nieuwjaarsdag met de aloude wens begroette, riep ze vrolijk. “Jij ook de beste wensen hoor kind” en ze gaf me drie dikke natte zoenen. Ach. Ik hád het kunnen weten. Tegenwoordig zit ze ook al op Facebook.

De beste wensen … Zalig Nieuwjaar

Ik zal ik me er dus bij neer moeten leggen. De beste wensen dan maar, lieve mensen… voor een gelukkig, vredig, gezond, goed, mooi, maar vooral een ZÁLIG Nieuwjaar