PINKSTEREN 23 JUNI 2021 – OVERWEGING PASTOR J. ADOLFS

LEZINGEN: Handelingen 2,1-11;  Johannes  15,26-27; 16,12-15

Even een ‘instappertje’: hebt u gisteren genoten van het Eurovisie Songfestival? Het waren de ‘roots’ van mijn moederskant, die wonnen: Italië! Wist u trouwens dat in bepaalde vieringen in onze kerken nog vaak songfestival-liederen worden gezongen? Wat dacht u van ‘Halleluja, sing a song’ van Israël en ‘Love shine a light’ van Engeland. Ik heb zin om te gaan zingen! Maar dan nu naar de overweging van dit Pinksterfeest.

U kent ongetwijfeld het gezegde ‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’. Dat vallen deze dus niet, want wij tellen  tot vijftig dagen. Het is dus onmogelijk om beide feesten samen te vieren en dat is maar goed ook.

Het feest van Pinksteren zou wel eens ‘ondergesneeuwd’ kunnen  raken en dat zou jammer zijn. Pinksteren komt van het Griekse woord ´Pentekoste´: vijftigste. Lucas situeert ‘de nederdaling van de Geest’ op de dag van het joodse Wekenfeest, de vijftigste dag na Pasen, wanneer het Paasfeest na zevenmaal zeven dagen wordt ‘volgemaakt’ met nog één dag. Oorspronkelijk was dit het feest van de tarweoogst en later werd deze dag tevens de herdenking van het Sinaí-verbond tussen Jahweh en het joodse volk.

U hoorde zojuist in de eerste Bijbellezing uit de Handelingen van de Apostelen een misschien wat onbegrijpelijk verhaal: er gebeurden op de dag van Pinksteren in die bovenzaal in Jeruzalem toch wel vreemde dingen. Uit de hemel kwam er een gedruis alsof er een hevige wind opstak.

Mag ik dit proberen te ‘vertalen’ naar onze situatie, hier en nu? Het kan toch geen kwaad als er af en en toe ook in onze kringen de wind weer eens opsteekt: het stof van bepaalde, misschien wat vastgeroeste, gewoonten, gebruiken en tradities wordt afgeblazen. Daarom heb ik, wat ondeugend, vóór de viering gevraagd of de deuren van de hoofdzaal hier konden blijven openstaan, om dit even aan te geven. Laat de Geest maar waaien en die waait soms waar Hij wil: wij  spreken uit eigen ervaringen! Het  kan behoorlijk stormen in ons dagelijks leven: de windkracht 6 ,7 en 8 van de afgelopen week kan een vergelijking soms best doorstaan.

Die hevige wind in het Pinksterverhaal verwijst naar de Geest: het Hebreeuwse ´ruach´ betekent zowel ‘wind’ als  ‘geest’. En het was  die werking van de Geest die de leerlingen vrijmoedig naar buiten liet treden om de boodschap van Jezus te laten horen. De ‘volksmond’ zegt daarom vaak: toen is de kerk geboren!

Nog iets ‘vreemds’: de toehoorders hoorden hen spreken in hun eigen moedertaal, terwijl zij toch van ‘heinde en verre’ kwamen, uit allerlei windstreken. De boodschap van Jezus was ook universeel, wereldwijd bedoeld. Lucas somt in zijn verhaal  zeventien volkeren, landen en groepen op en verwijst zo misschien symbolisch naar ‘alle volkeren van de wereld’, want dit  getal is samengesteld uit tien en zeven. Je hoeft niet beslist  Frans, Duits of Engels te spreken om toch vaak zonder aarzelen te begrijpen wat iemand bedoelt: zou het de taal van de liefde en het begrip misschien kunnen zijn, ja soms zelfs zonder woorden! Wat zouden Israël en de Palestijnen  hierbij gebaat  zijn!

Maar hoe kom je aan die houding, die mentaliteit of beter gezegd aan die stijl , waarvan sprake is op dit feest: aan die Geest? Uit het evangelie van vandaag legt Jezus hier zelf, in zijn toespraak bij het laatste avondmaal, getuigenis van af. Wij hebben het in ons geloofstaal gevangen onder de woorden: Heilige Geest.

Mag ik het zo proberen te verwoorden: het is de Geest die Jezus bezielde en die ons heil brengt, heiligt en heel maakt. Als wij dit in onze woorden en daden tot uitdrukking proberen te brengen: een Zalig Pinksteren zij ons dan allen van harte gewenst. 

Amen.