Lathyrus op sacramentsdag

Mijmeringen van verhalenverteller Dorothée van Leer over het feest van SACRAMENTSDAG 2020 (14 juni)

Een jeugdherinnering…

Een vroege zondagochtend in juni, ergens eind jaren 50 van de vorige eeuw. De zon schijnt al uitbundig, het belooft een warme dag te worden.

Ik ben al vroeg wakker geworden, eigenlijk heb ik nauwelijks geslapen, want gisteravond heeft mijn moeder krulspelden in mijn haar gezet en dat ligt niet echt lekker. Maar “wie mooi wil zijn moet pijn lijden” heeft ze gezegd en wat zal ik er straks mooi uitzien met mijn pijpenkrullen, mijn lange witte bruidjesjurk en mijn witte schoenen.

Dat het een halve dag duurt voordat de ingezette krullen zullen zijn uitgezakt tot op mijn schouders… dat de oorspronkelijk bruine schoenen met een stugge laag witsel zijn bedekt en de witte jurk tot halverwege mijn kuiten komt en enigszins trekt bij de schouders, mag de pret niet drukken.

Ja, de jurk is te klein, want die werd ooit gekocht voor de Eerste Communie van mijn oudste zus, een jaar later weer gedragen door het zusje daaronder en twee jaar later weer door mij. Toen al was hij mij te klein, want ik mag dan wel de jongste zijn, ik ben ook de langste van de drie. En het is alweer een jaar geleden dat ik mijn eerste Communie heb gedaan en sindsdien ben ik weer hard gegroeid.

Maar wat geeft het… ik voel me mooi en vooral uitverkoren, want vandaag mag ik als bruidje meelopen in de Sacramentsprocessie. “Ons Heer” zal door meneer Pastoor in een monstrans onder een baldakijn door het dorp worden gedragen, gevolgd door een grote bonte stoet van religieuzen, misdienaars en leden van de fanfare.

En natuurlijk omringd door bruidjes in witte jurken met bloemen in hun handen.

De dochters van boeren en middenstanders zullen dure witte rozen dragen, de dochters van boerenknechten en arbeiders – van wie ik er één ben – kleine bosjes lathyrus in tere tinten, die verrukkelijk geuren. Verschil moet er zijn, niet alleen in witte jurken maar ook in bloemen, maar ik vind het niet erg. Ik ben dol op lathyrus en zou mijn bosje het liefst mee naar huis nemen, maar dat kan natuurlijk niet, want na de processie zullen al die bloemen in grote emmers voor het tabernakel in de kerk worden neergezet.

Het hele dorp geurt al dagen voordat de processie begint naar lathyrus, maar in de kerk zal de zware geur van wierook die heerlijke subtiele lucht gaan overheersen. De eenvoudige lathyrus zal binnen een dag verwelken, de rozen zullen nog weken het altaar versieren.

Lathyrus

Wie kent het nog… Ze bestaan nog steeds, maar de geur niet meer. Manipulatie van de zaden hebben ze sterker gemaakt, maar daarmee verdween ook die onnavolgbaar heerlijke geur die voor mij onverbrekelijk verbonden is met Sacramentsdag.

Sacramentsdag

Het staat nog steeds op de kerkelijke kalender. Dit jaar was dat op zondag 14 juni, maar processies, baldakijnen, monstransen en kleine meisjes met pijpenkrullen in nieuwe of derdehands bruidsjurken zijn mét de lathyrus uit ons straatbeeld verdwenen. Misschien zal er in Limburg of Brabant nog wel eens een processie worden gehouden, maar in elk geval zal dat dit jaar niet gebeurd zijn , want zelfs “Ons Heer“ moet buigen voor de grillen van Koning Corona.

De vraag is of dat erg is. En of “Ons Heer” daar zelf mee zit. Want hoewel bovenstaande jeugdherinneringen warme gevoelens oproepen, kun je je ook afvragen wie er mee gediend was. Wát er mee gediend was.

Waren deze processies echt een uiting van zuivere devotie… was het traditie, was het een uitgelezen kans om flink uit te pakken met pracht en praal… Of was het, zoals bij meerdere katholieke tradities, een aanleiding om de bloemetjes weer eens letterlijk en figuurlijk buiten te zetten…

Inspiratie tijdens coronatijd

Tijdens Coronatijd had ik meer tijd om te lezen en omdat de bibliotheken dicht waren en ook de kringloopwinkels – waar ik graag tussen de oude boeken op zoek mag gaan naar die ene bijzondere parel – ben ik weer eens een aantal favorieten uit mijn eigen collectie gaan herlezen. Sommige misschien al voor de tiende keer, maar het mooie is dat je ook dan altijd weer kleine parels ontdekt

Zo herlas ik “Hexspoor” van Walter Breedveld, geschreven in 1954, dus aan het einde van de bloeitijd van het Rijke Roomsche Leven waarin processies nog heel vanzelfsprekend bij het kerkelijk leven hoorden.

Een aangrijpend verhaal over de zeer intelligente zoon van een eenvoudige ongeletterde molenaarsknecht die door zijn huwelijk met de dochter van de rijke molenaar – zijn vaders baas – in een ander milieu terecht komt, maar daar nooit geaccepteerd zal worden, ook al schopt hij het op eigen kracht tot procuratiehouder. Hij is en blijft de zoon van een arme sloeber en daarom wordt Gerard Hexspoor, de hoofdpersoon in dit boek in zijn eigen huis tot op het bot vernederd en het is alleen zijn diepe geloof dat hem de kracht geeft om door te gaan. Een echt diep doorleefd geloof, zo heel anders dan dat van zijn vrouw, schoonmoeder en oudste zoon die het geloof vooral gebruiken, of liever gezegd misbruiken, om zich te doen gelden in de kerk. Daar, waar ze met dure kleren zitten te pronken op de eerste rij en er schande van spreken als hun schoonzoon, echtgenoot en vader tijdens de sacramentsprocessie liever bij zijn eenvoudige ouders op het harde smalle bankje van het armengesticht gaat zitten, dan op de fraaie gemakkelijke stoelen die voor de rijken langs de processieroute zijn neergezet.

De Sacramentsprocessie is vooral het feestje van de rijken, want als de nieuwe pastoor – met het hart op de juiste plaats – het waagt om de route te verleggen en “Ons Heer” ook door de krottenwijken laat dragen, valt zijn halve kudde over hem heen. Hoe dúrft hij het Allerheiligste bloot te stellen aan armoede en vuiligheid…

Ik heb het boek weer in één adem uitgelezen en voor zoveelste keer dacht ik… Hoe kan het toch dat de boodschap van Jezus door de eeuwen heen zo vaak voor 180% is verdraaid ten gunste van de rijken en de machtigen? En hoe kon het gebeuren dat het regelmatig juist de mensen zijn voor wie Jezus het opnam die “uit de genade vallen” van het Instituut dat op en in Zijn naam is gebouwd.

Een Sacrament is een genademiddel, maar voor wie dan? En staat of valt Gods genade echt alleen met een symbolische handeling uitgevoerd door een klein groepje mannen? En wat gebeurt er met ons geloof als we geen of minder sacramenten ontvangen, omdat dat bepaalde groepje mannen steeds kleiner wordt? Vallen we dan uit Gods genade? Is het niet onze opdracht om elkaar tot sacrament, tot genade te zijn?

Niets dan tederheid van Rob Moens

Een ander boek dat ik de afgelopen weken voor de zoveelste keer herlas was : “Niets dan tederheid” uit 1997, geschreven door Rob Moens, een Belgische Dominicaner pater en priester, die 24 jaar lang innig bevriend was met Reinhilde Maes, een jonge Nederlandse non van de orde van de Vrouwen van Bethanië. Naast hun zoektocht naar hoe hun unieke vriendschap te beleven zonder ontrouw te worden aan hun roeping en hun orden, is ook de rol van de Kerk vaak onderwerp van discussie tussen hen.

Wat voor hem als oudere (ze schelen 12 jaar in leeftijd) man en vooral priester vanzelfsprekend is, wordt door haar steeds weer kritisch belicht vanuit haar ervaringen als vrouw en als religieuze en het is prachtig om te zien hoe ze aan elkaar groeien in liefde, hoop en in (kritisch) geloof.

Als Reinhilde op 51-jarige leeftijd overlijdt aan kanker, maakt Rob Moens een diep rouwproces door dat twee jaar later de inspiratiebron zal worden van zijn boek “Niets dan tederheid”

Maar het is meer dan een boek over rouwen en ook veel meer dan een boek over een bijzondere vriendschapsliefde binnen het religieus celibaat..… het is vooral een boek vol kritische kanttekeningen bij de (hoofd)rol van mannen in de kerk en over wat een groot goed het zou zijn als mannen én vrouwen, religieuzen én leken gelijkwaardig zouden worden behandeld, óók en vooral als bedienaars van de sacramenten.

Een persoonlijke opdracht

Rob Moens is in 2014 overleden, maar een aantal jaren daarvoor heb ik het voorrecht gehad hem een aantal keren persoonlijk te ontmoeten en ik herinner me nog goed dat ik een keer tegen hem zei: ”Jouw boek zou verplichte kost moeten zijn voor alle bisschoppen en priesters”, waarop hij antwoordde: “ Nou, daar ligt dan een mooie opdracht voor jou.” Aan dat gesprek dacht ik toen ik vorige week zijn boek weer las en ik wederom getroffen werd door ( bijvoorbeeld) de volgende passage..

“We waren ooit samen in de abdij van Belval in Frankrijk, daar was een vergadering van priesters. We vernamen dat er in Pas de Calais drie priesters verantwoordelijk waren voor 26 parochies, we vonden dat een soort “priesterlijke wegenwacht” om overal sacramenten uit te reiken. Het gevaar van magische geloofsopvatting en van sacramentalisme is dan niet veraf. Men doet dan alsof Gods genade absoluut afhankelijk is van de Sacramenten en men vindt dat er een mannelijke priester noodzakelijk is voor de sacramentele bediening Als de officiële kerk blijft vasthouden aan dat achterhaald priesterbeeld , gaat ze voorbij aan de noden van de mensen” ( pag.126-127 )

Het leek me goed om rond deze bijzondere Sacramentsdag 2020, eens heel bewust stil te staan bij de vraag: Wat is een Sacrament en is het niet aan ons allen de opdracht om niet uit elkaars genade te vallen, zoals een prachtig lied van Huub Oosterhuis ons voorzingt.

 Hartelijke groet uit Zwolle, Dorothée