overweging van zondag 17 januari 2021 – door pastor Adolfs

‘Bent u van ‘t houtje?’
Kent u deze uitdrukking?
Als u gedoopt bent als rooms-katholiek, dan zal uw antwoord ‘ja’ mogen zijn. Ja, zo was het toch altijd: een duidelijk onderscheid, verschil, tot welke groep van christenen je behoorde of je jezelf rekende. Om het maar even te beperken tot een tweedeling: rooms-katholiek of protestant.

Vandaag begint officieel de jaarlijkse ‘Week van gebed voor eenheid van christenen‘. Waar hebben wij het dan over en waar bidden wij om en voor?
Een ander woord dat vaak in dit verband wordt genoemd als het hier om gaat is: oecumene. Oecumene (en niet economie!) komt uit het Grieks en betekent: de bewoonde wereld.

Maar eerst nog even over de beide lezingen van vandaag. Het zijn roepingsverhalen: van Samuel en van de eerste leerlingen van Jezus.
Samuel was door zijn ouders van God afgesmeekt, want zij kregen alsmaar geen kind. Als dank werd hij door zijn moeder al op jonge leeftijd naar de tempel van Silo gebracht en aan de Eeuwige afgestaan. Onder toezicht van de oude priester Eli deed hij dienst in de tempel. Hij kende het woord van de Heer nog niet en hij had de bemiddeling van Eli nodig om de roep van God te verstaan. Op de roep ‘Samuel, Samuel’ antwoorde hij na driemaal: ’Spreek, uw dienaar luistert!’
Leerlingen van Johannes (de Doper) gingen Jezus achterna. Op zijn vraag wat zij van Hem verlangden, vroegen zij Hem waar hij zich ophield. Daar zagen zij wat hij daar deed. Zij voelden zij zich toen geroepen om Hem te volgen en vallen voor het eerst de namen van Andreas en zijn broer Simon Petrus te beluisteren.

En dan komt natuurlijk hier en nu de vraag: voelt u zich ook geroepen en geldt dit ook voor mij en vele anderen? Waarom laten wij ons christenen noemen, en waarom zijn wij hier vanmorgen?
Mijn roeping als christen en specifiek als priester: daar wil ik even op ingaan om u op gang te helpen naar een reactie of antwoord.
Rooms-katholiek noem ik mij natuurlijk omdat ik ben geboren in een zo geheten rooms nest, met alles erop en eraan. Als priester heb ik geen stem uit de hemel gehoord, maar nu, alweer 56 jaar geleden, was het de aalmoezenier van de verkenners die mij op een voorbereidingsavond voor het zomerkamp- ik was hopman- ineens de vraag stelde waarom ik geen priester zou willen worden. Ik had een baan als administrateur-boekhouder, was in militaire dienst geweest en mijn verkering was net uit.
En zo begon een proces, terwijl de aalmoezenier zich later niet eens meer kon herinneren dat hij mij ooit deze vraag had gesteld.
Kort samengevat overpeinsde ik: daar heb ik de vereiste studie niet voor gehad en ook ben ik niet ‘braaf’ genoeg voor dit ambt. Maar, ja, ik ben toch een zogeheten ‘late’ roeping geworden (ik was 35 jaar): ik zegde mijn baan op (ik had wat spaarcenten), ging theologie studeren en uiteindelijk werd ik door bisschop Zwartkruis in 1974 tot priester gewijd.
Tussen haakjes: ik heb er nooit -en nog- geen spijt van gehad, hoewel natuurlijk niet alles altijd ‘rozengeur en maneschijn’ is geweest. De veranderingen in geloof en kerk – en vooral in de beleving- hebben ook mij niet onberoerd gelaten, maar ik ben het nog steeds van harte.

Doet u nog mee? Vult u ook een beetje uw roepingsverhaal in van lang- en kortgeleden? Hoe is úw persoonlijk leven verlopen: getrouwd, getrouwd geweest, weduwe of weduwnaar, alleenstaand, om wat voor reden ook.
Met kinderen, klein- en eventueel zelfs achterkleinkinderen, of zonder.
Wat was uw baan of dagelijkse manier van bestaan? Lief en leed mogen daarbij best genoemd worden. Kortom: wat was onze roeping , hoe staan wij er nu voor en welke balans maken wij op, na al die jaren?

En nu wil ik een stapje maken naar het thema van deze viering en de komende week: eenheid onder de christenen en dan toegespitst
op het onderscheid tussen rooms-katholiek en protestant. Evenals velen van u: omgaan met zogeheten andersdenkenden was tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw eigenlijk uit den boze. Zeker als het ging om relatievorming: wij baden toch na elke viering dat gemengde verkeringen en huwelijken mochten worden voorkomen! Al was en werd je nog zo verliefd: uitmaken, of die ander moest rooms-katholiek worden.
Er zijn hier nog voorbeelden genoeg van te vertellen met alle pijn en verdriet die dit misschien heeft veroorzaakt. In ons eigen gezin heb ik daar ook ervaring mee gehad.
Trouwens de geschiedenis, zeker van lang geleden, spreekt ook nog boekdelen: kruistochten, inquisitie, schuilkerken, noemt u maar op.

Gelukkig zijn de tijden veranderd, langzaam maar zeker. Bij mijn priesterwijding indertijd gaf bisschop Zwartkruis al aan de aanwezige collega-dominees toestemming om mij welkom te heten en zelfs zegenend de handen op te leggen.

Ik ben steeds meer oecumenisch–gezind geworden en had en heb nog steeds goede contacten met vooral de Paaskerk hier in Amstelveen.
Wij hebben op bepaalde zondagen in het jaar zelfs gemeenschappelijke diensten en vieringen, ook in de verzorgings- en verpleeghuizen, al ligt dit nu in deze coronacrisis stil. Via deken-pastoor Jongerden ben ik vorige week uitgenodigd om op de komende Aswoensdag ‘s avonds mede-voorganger te zijn in de gemeenschappelijke viering in de Paaskerk.
Daar reiken de voorgangers ook het askruisje uit!
Misschien even buiten dit geheel: ik ging indertijd samen met dominee de Liefde van de Paaskerk –hij is helaas gestorven- zelfs naar Ajax!

Natuurlijk zijn er verschillen, vooral op het terrein van de sacramenten en het ambt. Vooral in de praktijk is het af en toe nog best wat wennen aan elkaars gewoonten en gebruiken. Het gaat hier wat te ver om dit meer uitgebreid aan te geven, maar dit mag geen beletsel zijn tot samenwerking.
Met diverse andere gelovige christelijke kerken en gemeenschappen hebben wij als uitdrukking van ons christelijk geloof ook elkaars doop erkend.
Je wordt gedoopt in naam van Jezus Christus en niet in naam van een bepaalde kerk: je kiest dan wel bij een doop, waarvan de ouders
uit verschillende kerken komen, voor een bepaalde voorganger. De doop wordt ingeschreven in het kerkregister van de kerk waar het sacrament gebeurt.

Wij, hier in Nederland, kunnen dus gelukkig spreken van steeds meer verbetering en uitbreiding van het oecumenisch klimaat. Helaas geldt dit niet overal. Wereldwijd is er nog steeds sprake van een christenvervolging en die is niet gering. Vooral in Afrika en Azië is er in bepaalde landen een grote christenhaat met veel dodelijke slachtoffers.

Vandaag en deze week bidden wij vooral om wijsheid en dadenkracht om elkaar te respecteren en vrijheid van godsdienst te bevorderen. Dit vraagt om zorg en aandacht, dichtbij en veraf.

Het was misschien vandaag in deze overweging veel informatie, maar het lijkt mij geen kwaad te kunnen.
In Jezus’ naam: daarom mogen wij ons christen noemen!

AMEN

2 reacties

  1. mooi, ik ben r.k.maar meer oecomenisch
    geworden …..
    mijn vader, aannemer, zei altijd over
    “anderen” dat zijn ook mensen …..

    1. Author

      Hartelijk dank voor deze toegevoegde en toepaaselijke gedachte – mooi gezegd ook. (En uit betrouwbare bron vernomen: het kan vast geen kwaad om een beetje ´proteliek´ te zijn…) – van de redactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *