Overweging van zondag 7 februari – door deken-pastoor Eugène Jongerden

Job, in de eerste lezing van vandaag, hij is het type man zonder uitzicht, hij ziet geen toekomst en zijn leven ziet hij verlopen in ellende zonder einde. Zijn klacht is de klacht van zovelen in deze wereld. We hoeven ze hier niet op te noemen. Allemaal kennen we wel iemand of misschien hebben wij er zelf juist nu in deze periode ook last van, dat we geen uit-zicht meer hebben, dat we even geen perspectief zien hoe het allemaal verder moet. Jobs klacht eindigt met een aarzelende bede om aandacht: God, bedenk dat mijn leven een ademtocht is en mijn ogen het geluk niet meer zullen zien.

In het evangelie horen wij hoe Jezus geneesheer is van onze zielen en lichamen. De klagende en zieke mensheid stroomt samen voor zijn deur en, zoals Job, zoeken de mensen en zieken zijn aandacht: bedenk Heer dat ons leven een ademtocht is, geef het hart van uw dienaars weer geluk, U bent onze hoop. Jezus blijft niet onbewogen, Hij pakt ons leven bij de hand en doet ons opstaan! Hij genas velen, zo staat er, zowel van lichamelijk als geestelijke kwalen.

De genezingen die Jezus verricht worden in de Schrift, ‘tekenen’ genoemd, of ‘Hij werd door krachten bewogen’. Het zijn krachten die verwijzen naar de uiteindelijke genezing en heling van lichaam en ziel die Hij aan de mensen wil geven. De genezingen die Hij hier en nu verricht, geven ons hoop midden in de kortstondigheid en moeizaamheid van ons leven. De krachten die Jezus geeft, helpen ons om te geloven dat God ons ziet, onze kortstondigheid en onze levenspijn gedenkt. Deze krachten geven ons het vertrouwen dat wij, telkens weer wanneer wij ons dreigen te verliezen in momenten van uitzichtloosheid, ons toch herstellen. Immers, dat is de ware genezing als we, voorbij aan alle ellende en moeilijkheden, onze verbondenheid met God bewaren. Jezus’ tekenen , toen en nu, willen ons zeggen: ‘Hoezeer jullie ook ziek zijn van onrust en vruchteloze tijden kennen van getob en gepieker, God verlaat jullie niet’.

In Jezus heeft God zich vervoegd, in Jezus staat Hij naast ons, in Jezus laat Hij ons niet alleen. In Jezus is Hij met mij, met ons zwak, met ons angstig. In Jezus lijdt Hij met ons pijn. Maar Jezus verbind ons met God, over ziekte heen en over de dood heen.

Jezus verbindt ons met God. Daarom trekt Hij, na al die ellende te hebben gezien en opgevangen, naar de eenzaamheid om zijn Vader te zoeken en alle menselijke pijn voor Hem neer te leggen. We kunnen ons voorstellen dat hij, zoals sommige heiligen, onder tranen voor de mensen heeft gebeden en troost heeft gevraagd voor de lijdende mensheid.

De diepte van Jezus’ gebed zullen we niet kunnen peilen, maar hier en daar, in de geschiedenis van de Kerk, weten we wanneer grote bidders getuigen over hun gebed voor de wereld. Een van die getuigen is monnik Silouan; hij was een Russische monnik, Oosters Orthodox, leefde op Athos en hij stierf in 1938. Deze monnik bad ‘s nachts vaak in de eenzaamheid van zijn cel.

Ik zal een van zijn gebeden bidden:

Heer, Gij hebt uw schepsel lief,
ik bid U Heer:
Zend de genade van de Heilige Geest over uw volk
opdat de mensen uw liefde mogen leren kennen.
Verwarm de bedroefde harten van de mensen!
Trooster, onder tranen smeek ik U,
troost de bedroefde zielen van de mensen,
verleen hun de zoete klank van uw stem te horen.
Heer, zend uw barmhartigheid neer op de kinderen der aarde.
Gij hebt hen lief.
Onder tranen smeek ik U:
Verhoor mijn gebed voor uw kinderen…

Het gebed doet de liefde van God vernieuwend door Jezus’ wezen stromen.

Dat ook wij, wanneer wij bidden, door krachten bewogen worden en wij ook die liefde en de helende werking van Gods aanwezigheid in ons mogen ervaren. Dat wij door de kracht van het gebed ook aangezet worden om er te zijn voor mensen die ons nodig hebben.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *