Overweging van zondag 6 september 2020 door Pastor J. Adolf. Voorafgaand werden de lezingen gehouden uit de profeet Ezechiël 33: 7-9 en het Heilig Evangelie van Matteüs 18: 15-20. 

Bij de voorbereiding op mijn overweging schoot mij de titel van een lied van lang geleden te binnen: Ik sta op wacht! Het was indertijd een tophit en werd gezongen door Joop de Knegt.

Op wacht staan

Op wacht staan: een aantal wat oudere mannen onder ons hebben in hun jongere jaren als soldaat voor hun nummer letterlijk op wacht gestaan. Mocht u deze ervaring niet gehad hebben, dan weet u misschien toch nog wel van de vele verhalen, die hierover in de huiselijke kring verteld zullen zijn: misschien zelfs ‘sterke’ verhalen. Ik spreek uit ervaring , want wat zal ik in mijn diensttijd op wacht gestaan hebben: twee uur op en vier uur af en dat vierentwintig uur lang. Ook in de nacht en dan in je eentje staan aan die koude achterpoort van de kazerne. Maar waken moest je, zelfs met een gewapend geweer in je hand. Elk kwaad en gebroed moest buiten de poort gehouden worden en dat allemaal ter beveiliging van personen, have en goed.

Paraat en waakzaam zijn

Ik sta op wacht! In de beide bijbellezingen van vandaag zou deze titel niet misstaan, want in de teksten worden wij, ook hier en nu opgeroepen om paraat en waakzaam te zijn om wat niet goed is voor ons mensen uit te bannen of minstens elkaar daar attent op te maken. Wat dit betreft is er nog steeds veel werk aan de winkel: maatschappelijk, sociaal, politiek en ook kerkelijk en gelovig.

Een ieder van ons kan zo het woord nemen  om het een en ander naar voren te brengen en ik zou bijna zeggen: ga u gang! In de beide lezingen wordt dit in wat radicale taal aan de orde gesteld, maar wij herkennen ook zeker de uitdrukking ‘elkaar onder vier ogen aanspreken’: iemand terecht wijzen.

Zo riep mijn moeder ons indertijd ook vaak tot de orde: ons gezin heeft daar altijd veel baat bij gehad. Vooral de toon maakte dan de muziek: ‘Waarom doe je dit en kan het niet even anders? Misschien is dit een manier!’ Ja, wat dat betreft hebben wij nog al wat zogeheten medestanders: wij hoeven het niet alleen te doen! De zinsnede uit het evangelie van vandaag ‘Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben ik in hun midden’ spreekt mij bijzonder aan, want alleen is ook maar alleen.

Tot drie tellen

Wat dat betreft zijn wij vanmorgen  in goed gezelschap, want wij kunnen hier in ieder geval tot twee en drie tellen en de kerkzaal van dit Noorddamcentrum is zelfs helemaal gevuld. Zo wil God in ons midden zijn: in ons aanwezig zijn, door te spreken, te bidden, te zingen door enkelen van ons, te communiceren, onze gedachten, ons doen en misschien zelfs ons laten. En dat mag, hopen wij,  hoe en waar dan ook, straks ook buiten deze muren uitwerking hebben. Daarvoor zal je ook op tijd op wacht moeten staan: dan hier, dan daar, dan wat meer, dan wat minder. De ‘stopwoorden ‘van premier Rutte in deze coronatijd  ‘voortschrijdend inzicht’ kan ons bij de wekker houden als  het gaat om een steeds beter in de hand krijgen en houden  van het heersende virus. Wie weet wat wij later nog eens over deze periode zullen zeggen! 

Vrij van school voor Tour de France

Na deze serieuze overweging wil ik vandaag graag ook nog wat ‘luchtiger’ eindigen. Een vraag: waar was u op 8 juli 1954? Als u of jij nog niet geboren was, dan moet je het hebben van mijn herinnering. Ik weet het nog als de dag van gisteren: op het Stadionplein in Amsterdam. Want op die dag startte voor de eerste keer, buiten Frankrijk, de jaarlijkse Tour de France. Als dank voor het winnen van het ploegenklassement in 1953 door Nederland was Amsterdam de uitverkoren startplaats. Wij kregen hiervoor zelfs vrij van school om dit gebeuren mee te kunnen maken. Ik herinner mij  nog nog bekende namen: Bobet, Koblet, Coppie, Bartali, Bahamontes. En zeker niet te vergeten: Woutje Wagtmans (hij won de eerste gele trui), Wim van Est, Henk Faanhof en Jan Nolten. Momenteel wordt weer de Tour de France gereden: wat zal Tom Dumoulin, onze Nederlander, gaan presteren?

Het leven is net wielrennen

Wielrennen heeft naast voetballen altijd mijn hart gestolen. Laat ik nou, wel of niet toevallig, deze week, dit boekje in mijn boekenkast zien staan: GOD HEEFT OOK EEN FIETS! De ondertitel is: Kleine theologie van het wielrennen. De godfather van het wielrennen Mart Smeets zei eens: De wielersport is per definitie een katholieke sport. Er worden door menige renner wat kruisjes geslagen en kaarsjes gebrand op een goede afloop. En is deze sport ook geen afbeelding van de ronde van ons dagelijks leven: berg op, berg af, aan- en afhaken, lekke band oplopen, klimmen en dalen, voorsprong en achterstand, vallen en opstaan. Ja, slaan al die bekende wielertermen niet op ons omgaan met elkaar?

Ach, het was zo maar een gedachte van mij in deze tijd. Maar ik geloof, dat God ook hier in ons midden is! Blijf wel op wacht staan, want ze zijn er zo vandoor! 

AMEN