• door: Els Rentenaar

Deze zondag lezen we in het ritme van het liturgisch leesrooster het Bijbelverhaal over de storm op het meer en Jezus die over water loopt (Matteüs 14,22-33).:

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.” “Heer, – antwoordde Petrus – als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Waarop Jezus sprak: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.” 

bij wijze van spreken

Dit is weer typisch zo’n wonderverhaal dat bol staat van de metaforen. Die boot, die staat voor de zekerheden in ons bestaan; die woeste golven, die staan voor de ups en downs in ons leven, voor die heftige stormen die zich voor kunnen doen. Net zoals de wind die waait zo nu en dan tegenwind is.  

Water is in Bijbelse beeldverhalen zowel de dreiging van de naderende dood als -en dat meestal- bron van leven, de stromende energie onder ons bestaan. Die fluctueert, die golft mee met de tijd. Stilstaand water doet niets, raakt zelfs brak, en brengt dus ook geen leven voort. We hebben die stroming in ons leven nodig om vooruit te komen. 

En Jezus dan, die over het water loopt? Het zegt ons dat het Goede het Kwade weet te bedwingen, omdat Jezus de storm overheerst. In de context van deze metaforen zou je zelfs kunnen zeggen dat Jezus het zicht op nieuw leven biedt door de dood te overwinnen.  

waar twijfel je aan?

Toch is Zijn uitspraak ‘Vrees niet’ niet vrijblijvend. Het klinkt geruststellend, maar het is meer: er klinkt een opdracht in door. ‘Vrees niet’ is meer dan een handreiking die je overeind helpt als je gevallen bent. Het is een bemoediging die je opdraagt om zelf op te staan en op weg te gaan, dwars door de stormen van het leven heen en die te overwinnen. Een aanmoediging om te gaan doen wat je in dit leven te doen hebt, zonder in passiviteit te vervallen bij tegenslag.  

En die opmerking: “Waarom hebt ge getwijfeld?”; gaat die om geloven in Jezus, of geloven als Jezus? Jezus steekt de hand uit naar Petrus, niet om hem over het water te laten lopen, maar om hem in de boot te helpen. Dat maakt dat hele gedoe van Petrus tot een zinloze exercitie. Want wilde hij nou bewijzen? Dat hij Jezus’ gelijke is? Kom nou toch! En dat is precies wat Jezus tegen Petrus zei toen Hij zei: ‘Kom‘, zoals wij weleens kunnen zeggen: ‘Toe dan!‘, om vervolgens, als dan gebeurt wat wij al van tevoren hadden zien aankomen, te zeggen: ‘Zie je nou wel? Ik dacht al dat dat zou gebeuren!’  

Jezus vraagt helemaal niet om uit die boot te stappen en naar Hem toe te lopen. Het was tenslotte Petrus die zelf met het idee kwam om uit de boot te stappen om, net als Jezus, over het water op Jezus toe te willen lopen. Er staat immers dat Jezus op Zijn leerlingen in het bootje toeliep, toen deze geteisterd werd door de storm. De storm ging ook niet liggen toen Petrus over water wilde lopen, maar zodra beiden in de boot gestapt waren. Die boot was het uitgangspunt. Petrus was weer terug waar hij begonnen was. Misschien bedoelde Jezus dàt wel toen Hij tegen Petrus zei: “waarom hebt ge getwijfeld?” Niet over de vraag of hij misschien ook in staat zou zijn om over water te lopen, maar wel de twijfel zodra hij Jezus over het water op hem toe zag lopen en dacht dat hij een spook zag!  

Petrus verliest zijn vertrouwen zodra hij zijn aandacht richtte op zichzelf, en niet meer op Jezus die hem al opwachtte. De ogen op Jezus gericht houden wil dan ook zoveel zeggen als: je aandacht blijven vestigen op datgene, op dat toekomstbeeld, waar je in gelooft.  

in de storm…

“We zitten in dezelfde storm, maar niet in dezelfde boot”, is een uitdrukking die ik in het kader van het corona-virus dikwijls voorbij heb zien komen. Maar is dat wel juist? Die storm is duidelijk: dat ellendige virus dat als een wind over de aarde waart en in diezelfde spreekwoordelijke golven opkomt. Maar we zitten min of meer in hetzelfde schuitje zodra we in staat zijn om in te zien dat we dezelfde boot moeten delen om veilig aan de overkant te komen. Dat is roeien met de riemen die je hebt, maar ook met de riemen die we samen hebben.  

Hoe gemakkelijk zou het zijn als Jezus zich in onze gebeden als een of andere verschijning aan ons toont? Kunnen we nog steeds ons vertrouwen houden in Jezus als we Hem niet heel direct nabij ervaren? Of andersom: misschien herkennen we Hem niet terwijl Hij toch in onze nabijheid is? Geloven is geen beschouwelijke instelling over religieuze teksten, geen intellectuele vorming op basis van heilige Schriften, maar een diep vertrouwen vol overgave. Een diep geloven dat het uiteindelijk goed komt, zolang je op dat ‘innerlijk weten’ durft te vertrouwen en je niet laat leiden en afleiden door die storm waarin je je bevindt. Want stormen gaan voorbij. Wat blijft, is die boot…. 


Wonderlijk!

Wonderverhalen, wat kunnen wij daarmee? Het is maar hoe je het bekijkt. Of zoals zelfs de bekende wetenschapper Albert Einstein over wonderen zei: “Er zijn slechts twee manieren om je leven te leven: doen alsof niets een wonder is en doen alsof alles een wonder is.”  Een voorbeeld (uit: Halleluja (C. LETERME, Een parel voor elke dag):

Iemand zat op een bank in het park de Bijbel te lezen. Hij was zo enthousiast, dat hij regelmatig riep: ‘Halleluja, loof de Heer.’ Een bijbelgeleerde kwam voorbij en vroeg wat hij las. ‘Het boek Exodus. Dat gaat over Mozes die met de joden uit Egypte trok. Ik lees juist dat God de zee gesplitst heeft zodat het joodse volk er door kon gaan.’ De geleerde zei hierop: ‘Weet je dan niet dat er op die plek hooguit 10 cm water stond.’ De man bleef teleurgesteld achter op zijn bank. Na een tijd besloot hij om verder te lezen. Even later weerklonk: ‘Halleluja, loof de Heer.’ De geleerde hoorde het nog net, keerde terug en zei: ‘Ik heb je zojuist uitgelegd wat er toen gebeurde. Ben je dat dan nu reeds vergeten?’ De man schudde zijn hoofd en zei: ‘Integendeel, ik ben heel blij met uw uitleg. Het is toch fantastisch! Maar 10 cm water en daarin komt een heel leger om.’