Op 9 februari 2020 hield Margaret Kappers onderstaande overweging naar aanleiding van de evangelielezing volgens Mattheus 5,13-16.

Zout… als je erover nadenkt, dan kun je daar een aantal functies bij bedenken: het geeft smaak aan je eten, het maakt je eten pittiger. Zout maakt ook schoon, het zuivert. Doe maar eens een beetje zout in een wondje, dan voel j, hoe zo’n wondje wordt schoon gebeten. Zout is conserverend, maar maakt ook dorstig. In de katholieke kerk wordt bij de doop een beetje zout op de tong van de dopeling gelegd, als teken van gezouten zijn en de smaak van het nieuwe leven.

Het zout der aarde

In het evangelie van vandaag horen we hoe Jezus tegen zijn leerlingen zegt: ”Jullie zijn het zout der aarde”, maar wat wilde Hij ons hiermee zeggen? Als iets lekker is, dan smaakt het naar meer, maar als iets smakeloos is, dan is de trek gauw over. Alles went, niet alleen wat betreft eten en drinken, maar ook een bepaalde manier van leven en handelen, en niets went zo snel als comfort en gemak. Gewenning maakt mensen krachteloos en sust mensen in slaap. Eigenlijk zegt Jezus tegen zijn volgelingen: jullie moeten smaakmakers zijn, jullie moeten anderen inspireren, ondanks dat velen er in de kerk geen smaak en inspiratie meer kunnen vinden en het daarom als waardeloos weggooien.

Wij zijn smaakmakers van ons geloof

De kerk van Jezus, dat zijn wij; smaak geven aan het leven en het christendom, begint met een houding van welwillendheid naar de ander toe en warmte en meeleven uitstralen, heel concreet in ons persoonlijk leven, in de manier waarop wij omgaan met elkaar. En dat mag je ook op zo’n manier doen, dat je de ander dorstig maakt, dat je de ander nieuwsgierig maakt en die zich afvraagt: wat is jullie drijfveer, waarom hebben jullie zoveel voor de ander over? Gelukkig zijn er op allerlei gebied vrijwilligers, die Jezus’ oproep het zout der aarde te zijn concreet maken. Zonder hen zou het een smakeloze boel zijn.

Licht om te delen

“Jullie zijn het licht van de wereld”, zei Jezus ook nog… maar hoe ben je dat dan? Ik denk dan aan het beeld van een reflector, die het licht reflecteert en soms lijkt het wel alsof die zelf licht geeft. Tja, een reflector kan vuil worden, er kan modder op komen en zand, maar vuil kan verwijderd worden. Wat Jezus bedoelt, is dat je moet opvallen, als licht op een standaard, volgens het evangelie van vandaag. Licht, niet om dat voor jezelf te bewaren, maar om het te delen met anderen, het te laten schijnen voor anderen. Licht, dat daarom niet binnenskamers mag blijven, maar bij wijze van spreken de straat op moet.

Word geen grijze middelmaat

Jezus bedoelt: Zorg ervoor, dat je niet wegzinkt in die menigte meelopers, maar zorg dat je uitsteekt boven de grijze middelmaat, laat iets van je licht uitstralen!!

Wees een zegen voor elkaar

In het evangelie gaat het om mensen die goede dingen doen, voor anderen, voor hun welzijn, en niet voor hun eigen eergevoel. Het gaat om mensen die gewoon, zonder poespas, zonder er ruchtbaarheid aan te geven, veel goeds doen: ouders voor kinderen, kinderen voor ouders, buren voor buren, vreemden voor vreemden. Er zijn nog veel van die mensen die hun steentje bijdragen. Horen wij er ook bij? Of zeggen we al gauw: ja maar dat hoef ik niet te doen, daar zijn officiële instanties voor; of: daar kan ik toch niet aan beginnen. Niets went zo gauw als denken dat er ergens geen taak voor jou ligt, maar voor anderen.

Wij zijn het zout der aarde

Jezus zegt heel prikkelend: jullie zijn het zout van de aarde en jullie zijn het licht in de wereld!! Hij zegt niet, dat we dat moeten zijn of worden, maar hij zegt: Je bent het zout en je bent het licht!! De kerk is meer dan een pastoor, een bisschop of zelfs een paus. Wij, mensen aan de basis, wij moeten een lichtgevende kerk zijn voor elkaar, dan geeft ons geloof in Jezus’ boodschap echt smaak aan het leven.

De wereld beter maken

Als de wereld er niet beter van wordt, hebben wij geen reden van bestaan, als mens niet, als gezin niet, als groep van mensen niet, als kerk niet.

Christenen, echte christenen, geven onopvallend de wereld nieuwe kracht, nieuwe menselijkheid. Licht en pittig!! Meer dan u denkt!!!

Spiegelverhaal

Zout. Dat ken je wel. Daar is ook een mooi verhaal over. Over zoutkorrels in een zoutpotje. Ze zaten daar dicht op elkaar en hadden het goed met elkaar.

Eén van de zoutkorrels zei dat ook: Tjonge, wat is het hier toch gezellig. Ja, zei de ander, dit is nou wat je noemt de gemeenschap der heiligen. Dit is samen gemeente zijn. Nummer drie kwam met een voorstel: Weet je wat we moeten doen? We moeten een nog veel grotere pot bouwen. Dan kunnen er nog veel meer bij. En je weet: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Ja, zeiden de andere zoutkorrels, wat een goed idee. Dat moeten we doen!!

Maar een zoutkorrel zei: Nee, daar doe ik niet aan mee. Weet je wat ik doe? Ik spring eruit. Ik ga de soep in. Ik trek de wereld in! De andere zoutkorrels schrokken ervan en zeiden tegen hem: Wat ben jij een flauwe zoutkorrel, zeg, dat kun je niet maken. Jij verbreekt onze hechte gemeenschap. En toch ga ik, zei die ene zoutkorrel. Ik heb daarbuiten werk te doen.

En deze ene zoutkorrel had het goed begrepen. In de pot kan het nog zo leuk en gezellig zijn, het kan leerzaam en opbouwend zijn, maar als zout heb je ook een taak. Het zout moet ook zijn werk kunnen doen. Het moet de soep in!!

Gedicht: Ik wou dat de kerk…

Ik wou dat de kerk was als een grote kandelaar
Waarop het licht van Gods genade volop straalde
Het licht en de warmte van de hemelse Kunstenaar
Ook voor ieder mens, die in zijn leven faalde.

Ik wou, dat de kerk was als een vuurbaken
Dat ieder de weg wijst naar de hemel op aarde
Om samen met elkaar er iets moois van te maken
Een stukje paradijs van onschatbare waarde.

Ik wou, dat de kerk was als een volle pot zout
Zodat iedereen de goede smaak te pakken krijgt
En aan een hartverwarmende gemeenschap bouwt
Waarin iedereen mag spreken en niemand zwijgt.

Ik wou dat de kerk was als een stad van licht
Hoog op de berg, zichtbaar voor iedereen
Altijd en overal weer een adembenemend gezicht
Een warm thuis, iedereen wil daar graag heen.