Overweging van zaterdag 3 en zondag 4 juli, door deken-pastoor Jongerden

Ís dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jacobus, Jozef en Judas en Simon? En zijn zusters wonen toch ook hier bij ons? Waar heeft hij die wijsheid vandaan? En hoe kan zo’n eenvoudige timmerman, een van ons, zulke wonderen doen?

Beste mensen, dit klinkt niet aardig, het klinkt eerder een beetje cynisch en zo is het denk ik ook bedoeld.
Deze oude Bijbelwoorden bevatten weinig Latijn. Ze doen me denken aan begroetings- en ontmoetingsrituelen zoals we die nog kennen als iemand na een tijd van afwezigheid weer in zijn geboorteplaats komt. Ben jij er niet een van Joke en Kees? Van Kees, de slager? Die neus heb je van zijn vader. En ken je Wim nog, die bij jou in de klas zat, weet je nog wel?

Als wij mensen elkaar tegenkomen hebben we de neiging om op zoek te gaan naar het vertrouwde, naar wat we samen hebben beleefd, wat ons verbindt. Juist in Nazareth, waar ze Hem kennen, denken te kennen. Net zoals Ezechiël de profeet in de eerste lezing botst met zijn eigen volk, juist daar geen gehoor vindt.

Wat een wijsheid! Wat een wijsneus! Wat verbeeldt die jongen zich wel. Zijn moeder was niet zo. Zij was heel eenvoudig. Jezus mag één van ons zijn, moet één van ons zijn, zich houden aan de regels van de plaatselijke gemeenschap, maar dat doet Hij niet, Hij gaat zijn eigen gang.

Ja, Hij is echt anders. Hij verkondigt dat Gods Koninkrijk dichtbij is. Hij gelooft in een vrede, in een liefde en een gerechtigheid die het vertrouwde, het zogenaamd haalbare te boven gaat. Hij legt zijn vinger op zere plekken, in jezelf en de omgang met elkaar, in onze samenleving, in onze kerk. In Nazaret kwam Hij niet binnen, kon Hij geen wonderen verrichten. Komt Hij bij ons binnen? Zou Hij bij ons wonderen kunnen verrichten? Met nieuwe liederen, nieuwe rituelen hebben wij soms al moeite. In veel van onze gemeenschappen houden we erg van het vertrouwde.

Ik heb een pastoor gekend die geliefd was in zijn parochie. Hij sprak alles goed, was altijd positief gestemd en nergens was het zo goed als in zijn parochie. Hoe bevrijdend kan het niet zijn als iemand verzwegen onrecht en pijn in het eigen midden weet aan te spreken.

Als iemand platgetreden paden weet te vernieuwen. Deuren en monden die gesloten blijven, weet te openen.
Bij de voorbereiding van een uitvaart of een crematie worden meestal veel goede dingen over de overledene gezegd. Dat is goed. Toch is het ook bevrijdend om te vragen of de man of vrouw ook kanten had die schuurden, waar je het moeilijk mee had. Het is mijn ervaring dat vaak dan het gesprek pas echt begint. Bij dat, wat lastig gezegd kan worden. Als in vrijheid en respect ook verdriet en pijn worden benoemd of verteld. Hoe mooi als iemand dit aandurft, dit wel doet. Het is wonderlijk, misschien wel een wonder, dat er juist dan ook meer ruimte komt voor mildheid en liefde. Juist als je met elkaar recht voor God kunt staan, kan de Goede Geest binnen komen.

Kan de Geest van Jezus bij ons binnenkomen? Mag er een frisse wind waaien! Mag wat verroest is geraakt, mag wat weggestopt is in ons midden aangeraakt worden.

Een vertrouwd lied in onze kerk is het lied van de Geest. De meesten van ons kennen het wel:

De Geest des Heren heeft
een nieuw begin gemaakt.
In als wat groeit en leeft,
Zijn adem uitgezaaid.
We zijn in Hem gedoopt,
Hij zalft ons met zijn vuur.
Hij is een bron van hoop
in alle dorst en duur.
Wie weet vanwaar Hij komt,
wie wordt zijn licht gewaar?
Hij opent ons de mond
en schenkt ons aan elkaar!

We zingen vaak dit lied en van harte hoop ik dan ook dat we de Geest des Heren niet angstvallig buitenhouden, dat we open staan voor een nieuw begin, dat we gezalfd worden met zijn liefdesvuur, zijn licht gewaar worden, dat hij ons de mond opent en ons schenkt aan elkaar!

Amen