St. Urbanuskerk Bovenkerk - Bijzondere Kerstallen van pastor J. Adolfs

Pastor Jan Adolfs is door Cor de Horde voor het parochieblad Spirit geïnterviewd en het blijkt dat “deze kerstgroepjes zijn aan komen vliegen’. Weet u wat dat betekent? Wat heeft Franciscus van Assisi hiermee te maken? Laat u onderdompelen in één van de vele leuke facetten die het 45 jaar priesterschap met zich meebrengt.

Als je vijfenveertig jaar priester bent, net zoals Jan Adolfs, dan mag je jezelf een rijk mens noemen. Rijk aan mooie ervaringen in kerk en maatschappij. Rijk aan vrienden en herinneringen. Jan Adolfs is daarnaast ook rijk aan een bijzondere bezitting, namelijk een verzameling kerstgroepen. Ze zijn van over de hele wereld aan komen vliegen en hebben in de afgelopen vijfenveertig jaar bij pastor Jan een plek gekregen in zijn woning.

Miniatuurtjes uit de hele wereld

Tientallen kerstgroepjes, meest miniatuurtjes, heeft pastor Jan Adolfs, voor de lezers van Spirit uit huis meegenomen.  Het is nog geen kerst, maar ze staan er in de pastorie van de Bovenkerkse Urbanus al heel sfeervol te wezen in al hun exotische pracht. ‘Ik heb niet precies bijgehouden waar ze allemaal vandaan komen, maar kijk eens naar deze Chinese Jozef en Maria, dat is toch wel heel duidelijk, nietwaar? Of ik ze zelf uit China heb meegenomen? Nee hoor. Al deze kerstgroepjes heb ik in de loop van vijfenveertig jaar gekregen. Van mensen, die mij kennen en die over de hele wereld hebben gereisd. Ik heb dus niks gekocht. Dat hoort niet, zeggen ze. Het is net als met die Boeddhabeeldjes. Die mag je eigenlijk ook niet kopen maar alleen ontvangen.’

Levende kerststallen van Franciscus

Pastor Adolfs frist ons geheugen op: ‘Franciscus van Assisi is de bedenker van de kerstgroep. In de openlucht bij Greccio organiseerde hij een levende kerststal. En hij hield er een mooie preek bij over de geboorte van de arme Koning in het stadje Bethlehem. Die levende kerstgroepen zijn altijd blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Vorige kerst hadden we in Ouderkerk en in Bovenkerk levende kerstfiguren en ook in de Westwijk kon je in verschillende huizen de hoofdpersonen uit het kerstverhaal tegenkomen. Dit jaar zal de traditie zeker worden voortgezet’.

De rol van de Jezuïeten

De kerstbeelden, zoals wij ze nu kennen, zijn pas ontstaan na het concilie van Trente. Een vurig pleitbezorger voor het plaatsen van kerstbeelden in kerken en kloosters was Ignatius van Loyola. Hij vond dat het een manier was om de toeschouwer de indruk te geven er direct betrokken bij te zijn. Het kerstgebeuren moest daarom driedimensionaal zijn en zo echt dat je als het ware de mensen, de herders, de dieren en de hemelse muziek zou kunnen horen. Het doel van de Jezuïeten was een ‘beeldondersteunende’ verkondiging van de blijde boodschap als reactie op de ‘woordondersteunende’ verkondiging door de protestanten. Geen wonder dat protestanten lange tijd helemaal niets moesten hebben van het ‘roomse gedoe’. Pas de laatste tijd is juist in die kringen de kerststal voor thuisgebruik in de gratie geraakt.

Kerststallen in deze tijd

De kerstgroep voor huis-,  tuin- en keukengebruik is bij de katholieken pas goed opgekomen aan het begin van de twintigste eeuw. Pastor Adolfs: ‘Je had hier in Amsterdam  op de Nieuwezijds de religieuze kunsthandel Van Paridon. Ze  verkochten Heilig Hart en Mariabeelden, maar ook kerststallen in drie verschillende maten. De beelden waren doorgaans van gips. Als je nog zo’n kerststal thuis hebt, geërfd van je oma of opa, dan moet je er zuinig op zijn. Ze zijn in ongeschonden staat nog veel waard. Ze waren trouwens vroeger ook al duur. Dan zag je dat de mensen zo’n kerstgroep in de loop der jaren bij elkaar moesten sparen. Het was te kostbaar om alles in een keer aan te schaffen’.

Schorremorrie in de kerststal

Jan Adolfs wijst naar de grote verschillen in de miniatuurtjes, die hij bezit. Er is zelfs een Volendammer Jozef bij. Jozef is ook niet overal de timmerman, zoals wij hem kennen. In Wales is hij bijvoorbeeld een mijnwerker en in de`Harz een zilversmelter. En waarom ook niet? Figuren, die altijd dezelfden zijn gebleven zijn de os en de ezel, het ‘schorremorrie’ zoals Jan Adolfs ze met hoorbare kennis van het Amsterdams accent noemt. ‘Het uitschot van de maatschappij werd schorremorrie genoemd. Het woord komt uit het jiddisch en dat weer uit het Hebreeuws, waarmee de os en de ezel bedoeld worden, die in Jesaja beschreven zijn. ‘Een os kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn Heer.’ De os en de ezel komen overigens niet voor in ons kerstevangelie, maar zijn kennelijk wel een oerbegrip.

Kerststal bij pastor Adolfs thuis

Natuurlijk heeft Jan Adolfs mooie herinneringen aan de traditionele kerststal vroeger bij hem thuis. ‘Die is gelukkig in de familie gebleven. Zelf bezit ik geen kerststallen meer van een groter formaat dan deze, die je hier ziet. Ik heb in de loop der jaren wel grotere kerststallen gekregen, maar die heb ik altijd doorgegeven. Het zou teveel worden. Ik vraag me toch al waar al deze kerstfiguurtjes naar toe zouden moeten als ik er niet meer ben. Ik denk wel dat ik er aantal met Kerst neerzet in het Noorddamcentrum. Nee, geen expositie, zo belangrijk is mijn verzameling nou ook weer niet. Ik doe met Kerstavond twee diensten in het Noorddamcentrum en dan is het misschien wel aardig om ze erbij te hebben.’