• door Els Rentenaar

We zijn zoals dat heet´op weg naar Kerstmis’. Alwéér op weg naar Kerstmis, zo voelt het misschien een beetje… Hoewel het ‘s avonds al vroeg donker is, zorgt het relatief zachte weer ook nog niet echt voor een winterse stemming. Kerstmis valt zogezegd ook een beetje ongelukkig dit jaar, zo midden in een werkweek. De agendaplanning staat ons rond de feestdagen maar weinig extra vrije tijd toe en we ‘moeten´nog zoveel. Het is al haast Kerstmis voor we er goed en wel erg in hebben.

Er is meer waardoor de kerststemming me nog zo lijkt te ontbreken. Het is een roerig jaar geweest, al was het maar omdat we het al een dik jaar zonder onze Urbanuskerk moeten stellen en we ook deze Kerst daar wat ontheemd door zijn.  Zo zonder kerk zet het me van tijd tot tijd gerust ook aan het nadenken over het kerk-zijn-zonder-kerk. En dat tegen de achtergrond van een kerstfeest dat alsmaar groter gevierd lijkt te worden en dan met name door de commercie, terwijl er steeds meer geluiden opgaan dat het eigenlijk geen ‘kerst’ meer genoemd mag worden, maar alleen nog verkapte verwijzingen als ‘feest’ of ‘winter’ mag krijgen. 

Wat maakt kerst dan nog echt Kerst? Waar zijn wij dan naar op zoek? Waar laten wij ons dan nog door raken?

Dan worden mijn gedachten onderbroken door mijn techniek-studerend-kind, die enthousiast iets verteld over een deeltjesversneller waarmee vervolgonderzoek wordt gedaan naar het zogeheten ‘Higgs-deeltje’; dat zou het elementaire deeltje zijn dat alles wat zich in het universum bevindt massa geeft. Het werd bij de ontdekking daarvan al betiteld als ‘het goddelijk deeltje’. Daar gaat nu de grootste machine die er bestaat voor gebouwd worden, om het onderzoek ernaar te kunnen vervolgen. Het hele gegeven vind ik even spectaculair als absurd: de mens die de grootste machine ter wereld wil bouwen om het kleinste deeltje op aarde te kunnen ontdekken. Daar kan ik met mijn pet niet bij: goddelijke deeltjes, te klein om waar te nemen, maar tegelijk geeft het alles dat zich in het universum bevindt massa. Maar het valt niet te zien, het valt niet te meten en daarom bestaat het eigenlijk alleen maar hypothetisch. En zo heeft´de Mens´die naar het bewijs zoekt van het bestaan van God, of ‘het goddelijke’, dat nog steeds niet gevonden. De grootsheid van wat we zoeken is dan wel erg in contrast met wat het misschien kan zijn: de essentiële bouwstenen in al wat ons maakt tot wat wij zijn, teruggebracht tot de kleinste deeltjes. Wie het kleine niet eert…

Dan vind ik even later een verhaal met een boodschap op mijn pad. Eigenlijk was het meer een aandoenlijke anekdote, maar voor een goed verstaander… Op een basisschool ergens in Amerika was er een kerstvoorstelling, waarbij alle klassen een voordracht of een toneelstukje of iets dergelijks voor de ouders hielden. En in het verhaal gaat het om de uitvoering van de ‘1st grade’, vergelijkbaar met de kleuterklas in ons basisonderwijs, over kindertjes van een jaar of vijf, zes die een kerstliedje zongen. De bedoeling was dat het een soort alfabetlied werd, waarbij een paar kinderen beurtelings een letter omhoog hielden tot er uiteindelijk wat stond. Dus bij het eerste coupletje `C is for Candy…´ hield een kindje een grote letter C omhoog. De volgende letter was de H en toen de letter daarna een R bleek te zijn, was het in ieder geval voorspelbaar dat er iets uit moest komen dat met ‘Christmas´te maken had.

Ter hoogte van de M was een iel klein meisje aan de beurt, die de letter ondersteboven vasthield. Met volle overgave hield ze dus een W omhoog. Een zachte lach waarin ontroering doorklonk, zoals ouders om kinderen kunnen lachen als ze geraakt zijn, vulde de zaal. Het meisje had niet in de gaten waarom er om haar gelachen werd en met een rood hoofd ging ze op haar tenen staan, om de letter iets hoger toonbaar te maken. Het lachen nam af, het liedje vervolgde zich en waar er aan het eind `CHRISTMAS LOVE` had moeten staan, wat de titel van het liedje was, stond er door toedoen van dat meisje `CHRIST WAS LOVE´. 

Een schijnbaar suffe vergissing, een spelfoutje dat een kind van die leeftijd maken mag. Of stond daar ineens de essentie van Kerstmis? Openbaarde het wonderbaarlijke van het goddelijke zich opnieuw in een klein kind dat de boodschap van liefde doorgaf? De vraag is misschien of wij ons er nog wel door laten raken. Misschien is dát wel de bouwsteen van alles, en dus ook van ons, mensen, diep van binnen: de liefde die in alles woont. Het licht dat in ons woont. Dat wat alles massa en essentie geeft. De energie die ons allemaal met elkaar verbindt. En als het goddelijke deeltje dan Liefde met een hoofdletter is, zijn wij dan niet zelf de deeltjesversnellers? Niet meetbaar, maar wel merkbaar. We hoeven het niet buiten onszelf te zoeken. We hoeven ons er alleen maar door te laten raken. Dan laat het zich graag vinden. Om oneindig verder te kunnen delen…