• door Els Rentenaar

You don’t always need a plan – sometimes you just need to breathe, trust, let go and see what happens.’ Deze quote is het eerste dat ik lees als ik een tijdschrift opensla. Maar ademen heeft wel degelijk een plan: het maakt deel uit van een groter plan! Ademen, zo een vanzelfsprekende en evenzo noodzakelijke beweging. Het eerste dat we doen als we geboren worden is niet huilen, maar ademen. Goed kunnen ademen voorziet ons van kracht en energie en ademen is een zegen. En op de een of andere manier zegt dat ademen mij daarmee ook iets over mijn godsbesef, over onze oorsprong.

Ik sta natuurlijk niet alleen in de gedachte dat ademen grenst aan -of afkomstig is van- het Goddelijke. Neem de term ´levensadem´. De Nederlandse taal is te beperkt om er een nuance aan te geven, maar het Hebreeuws kent het woord ruach. Dat betekent ‘wind in beweging’, zoals een storm of in de adem van de mens. De wind waait een tikje onstuimig dit weekend, maar wie weet, brengt het een goede ‘flow’. In de wind kon men iets van de geheimzinnige kracht van God ervaren, die onzichtbaar maar merkbaar in ons aanwezig is. In de adem, die in- en uitgaat, zonder precies te weten hóe. In het Latijn is ademen spirare. Niet moeilijk om het woord ´inspiratie´ daarin te lezen. Inspirare is dus méér dan lucht. Hoewel dat zweverig klinkt, is het voor mij juist heel basaal: je hoeft tenslotte niet meer buiten jezelf naar ‘het goddelijke’ op zoek, als je weet dat je het in jezelf kunt vinden. Bij de geboorte krijgt men deze levensenergie mee en door adem te halen ververst deze energie zich.

Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat ademen temidden van de tijd van het coronavirus waarin wij leven dat ademen nog helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Dat maakt dat ik weer weet dat ‘gewoon doorgaan met ademen’ in wezen een hele zegen is!

Het is vandaag Pinksteren. En de lezing in de Bijbel daarover vertelt daarover dat Jezus over zijn leerlingen blies, terwijl Hij zei: ‘Ontvang de heilige Geest.’ Zo ging dat dus! En kwam het er dan niet op neer dat de leerlingen van Jezus door de kracht van de heilige Geest vreemde talen konden spreken, en zo het geloof, hun inspiratie, over de wereld hebben verspreid?

Waar is het dan mis gegaan? Woorden werden tot wapens, tot stenen om muren mee te bouwen in plaats van bruggen. Woorden werden tot instrument van het bewaken van verschillen tussen mensen en de eenheid was vergeten. Noem het maar ‘de toren van Babel´ als ik het nog een religieuze beeldspraak mag geven. Ieder spreekt zijn eigen taal en niemand die elkaar nog begrijpt. Er moet toch iets zijn dat de verschillen tussen mensen opheft? Dat ons leert om ons eens te richten op de onderlinge overeenkomsten, in plaats van de verschillen? Ongeacht taal, cultuur, politieke overtuiging of religie? Dat ons laat inzien dat we onder dat label dat huidskleur heet in wezen allemaal hetzelfde en allemaal uniek zijn? Maar het tegendeel lijkt waar en de tegenstellingen sterker dan ooit.

Pinksteren begon met die inzichten, die bezieling. Misschien wordt dát wel bedoeld met die vreemde talen. Misschien moet het ook allemaal niet zo moeilijk zijn en ligt de oplossing heel dichtbij, in onszelf. Niet voor niets is de belangrijkste taal de taal van je hart. Pas als we die weer spreken, zullen de verschillen in meningen verdwijnen, en komen we weer tot dialoog met elkaar. Misschien ligt het wonder van Pinksteren wel besloten in de kunst om elkaar te verstaan, als we maar wat meer naar elkaar luisteren.

Hopelijk mag er een frisse wind waaien waar we allemaal weer geïnspireerd door raken. Dat geeft weer een beetje lucht. Als we elkaar ook weer lucht en de nodige ruimte geven, want niemand heeft het recht om een ander de adem te ontnemen, in welke vorm dan ook. Soms kun je elkaar pas horen als je ook besluit om te luisteren en even stil te zijn. Luisteren in de zin van elkaar de ruimte geven. In de geest van liefde. Misschien mogen we vervuld worden van de wens om de ander te verstaan. En de taal van liefde spreekt iedereen. Dan kunnen we weer opgelucht adem halen…