Overweging bij zondag 22 november 2020 – Feest van Christus Koning

door deken-pastoor Eugène Jongerden

Vandaag vieren wij dus het feest van Christus Koning van het heelal.
Dat is nogal wat! Met wie hebben wij van doen? Christus, de rabbi die, 2000 jaar geleden, 30 jaar op onze nietige aardbol rondwandelde, is koning van het universum? Van het universum dat 13,6 miljard jaar geleden in een flits, in een fractie van een seconde de proporties heeft aangenomen van ontelbare lichtjaren en dat ontelbare Melkwegen en miljarden sterren, zonnen en planeten omvat!

Christus zou daar de Heerser van zijn? De Vorst en de Koning? Wetenschap en geloof komen hier toch wel in een ongelooflijk spanningsveld terecht.
De ware Koning.

De lezingen vertellen ons meer over dit Koningschap. De profeet Ezechiël verbindt het koningschap met het beeld van de herder. De ware Koning is een herder, die omziet naar zijn kudde, die zijn verstrooide schapen verzamelt, ze in veiligheid brengt. Hij laat ze weiden en rusten. Hij zoekt het vermiste, verzorgt het zieke en het gezonde schaap sterkt Hij. Het gaat over een koningschap van zorg en liefde, van bijeenbrengen, verzoenen, helen, bewaren en verzamelen.

Het herderschap van Jezus komt ook terug in de bekende psalm, psalm 23: ‘Want Mijn herder is de Heer, het zal mij aan niets ontbreken.’ Deze psalm bidden wij vaak in tijden van nood, we kunnen ons dan weleens verlaten voelen; wat een troost gaat er dan van deze woorden uit. Dat er toch een herder is die naar ons omziet. Ook dat is dus een onderdeel van het Koning-zijn van Christus.

De herder brengt ons uiteindelijke thuis bij God. Deze psalm wordt vaak gebruikt bij uitvaartplechtigheden. We dragen de overledene op aan Gods Koninkrijk. Een hemelse woning wordt en is voor ons bereid.

Het beeld van een herder zijn, kan bij ons de vraag oproepen of wij wel herders voor elkaar zijn naar Zijn voorbeeld? We verdelen de mensen in arm en rijk, in klein en groot, in zwak en sterk, in ziek en gezond, in hongerig en verzadigd. Deze houding brengt de dood binnen in het leven en wel in de vorm dat wij elkaar de dood aandoen.

Maar zoals allen sterven in Adam, immers alle ik-gerichtheid is zelfdestructief, zo zullen allen in Christus herleven. Want Christus draait het gedrag van die zelfvernietigende mens om. Hij heeft van de Vader zelf geleerd, gehoord en gezien waaruit het ware koningschap bestaat. Voor Hem is de laatste eerst, het geringe verheft Hij, de behoeftige wordt overladen met gaven, de nederige wordt verhoogd. Wat iets is, wordt teniet gedaan door wat niets is. Zwakheid wordt kracht en de onvruchtbare wordt een lachende moeder van kinderen!

Kortom Christus maakt alles nieuw! Hij is het beeld van de nieuwe mens. Christus, de mens geworden liefde van God, zal uiteindelijk alle machten en krachten onttronen, al wat de liefde ondermijnt en de eenheid en de vrede verhindert.

Zullen wij dan in zijn Koningschap delen allen die zijn Rijk vormgeven op deze aarde: allen die de hongerige voeden en de dorstige laven, die de vreemdelingen opnemen, de naakten kleden, de zieken en de gevangene bezoeken, die hun vijand beminnen, de kinderen opnemen. Want in al deze geringe en zwakken zullen wij de Heer dienen en zijn koningschap bevorderen.

Christus, Koning van het heelal. Miljarden sterren, ontelbare lichtjaren, een heelal dat nog miljarden jaren zal bestaan. En ergens, god verloren, tussen die massa zwevende stenen en kernfusies, een kleine kluit aarde waar een broos levend wezen weet heeft van iets dat alleen hier te vinden is. Het is ons ten volle geopenbaard in Christus: de liefde!

Hij heeft de liefde ons als toekomst geopenbaard. Het is omwille van de liefde dat alles bestaat. De liefde is de stuwkracht die het heelal heeft doen ontstaan, die het heelal in stand houdt en de liefde zal ook de geschiedenis van het heelal voltooien. Dit is het huis van de Vader. Het zal onze woning zijn. Dat is het Rijk dat voor de mens en voor heel de schepping gereed is gemaakt, voor de grondlegging der wereld.

Toen God de wereld schiep, en de oerknal het heelal een begin gaf en een nieuw begin ontstond, had Hij de liefde op het oog, zij, de liefde, is de realiteit door God als grondslag en toekomst gegeven aan alles wat is.
De mens is de getuige en als hij weet te luisteren en openstaat voor God in zijn leven, de medewerker hiervan.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *