In de vieringen hebben we er nog niet zo bij stilgestaan, maar 1 november is het de dag van Allerheiligen. Dorothée van Leer-Wassenburg mijmert over dit katholieke feest en neemt u mee op zoek naar uw heiligen.

Heilig is voor velen een ouderwets begrip geworden en toch vieren we op 1 november weer Allerheiligen. Maar wat is dat eigenlijk: Heilig…? Die vraag is misschien gemakkelijker te beantwoorden als ik die anders stel. Wat is je heilig? Wie is jou heilig?

Onze heiligen

Ik denk dat ik de antwoorden wel een beetje kan raden… je kinderen, kleinkinderen, je gezondheid, je partner, je huwelijk, je geloof of bijvoorbeeld de wekelijkse kerkgang. Maar misschien ook wel de voetbalclub, het dagelijkse praatje met je dochter, je wekelijkse oppasdag. De traditionele kerstbrunch met het hele gezin of het jaarlijkse familie-uitje. Allemaal dingen die heilig kunnen zijn in je leven.

Niemand mag daaraan komen

Heilig betekent heelmakend – en als iemand daaraan komt, gaat er iets kapot. Breekt er iets.

Als iemand spot met je geloof, als je partner gekwetst wordt, als je kind of je kleinkind gepest wordt, als je vriendin je uitlacht omdat je maar geen afstand kunt doen van die theepot die van je moeder was of als iemand zegt dat dat lelijke Mariabeeldje echt niet meer kan, dan doet dat pijn, want iets wat – of iemand die jou heilig is, wordt klein of belachelijk gemaakt. Dat mogen mensen elkaar niet aandoen.

Traditionele heiligen

In onze tijd hebben we niet zoveel meer met heiligen. Alleen met de bekende: Maria natuurlijk, Jozef, Franciscus van Assisi, Bernadette van Lourdes misschien, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Heiligen zijn uit de tijd. Ze leven alleen nog voort in boeken en legenden.

Heiligen van deze tijd

Er zijn andere heiligdommen voor in de plaats gekomen. Netflix, de smartphone, de computer. Status, aanzien, een groot huis. Uiterlijke maakbare schoonheidsidealen, merkkleding, luxe vakantiereizen. Allemaal materiële zaken die te koop zijn, voor wie het geld ervoor (over) heeft.

Dat hoort bij deze tijd en daar zullen we mee moeten leren leven. Maar zolang een jonge moeder zegt “mijn kindje is me heilig boven alles“, zoals mijn dochter laatst zei over haar dochtertje, maak ik me niet zo ongerust. Want heus, iedereen, ook jonge mensen, weet het verschil tussen wat er echt toe doet in het leven, wat kostbaar is en niet te evenaren heilig. En ze weten ook dat materiële zaken – als het erop aankomt – niets toevoegen aan je leven.

Een inspiratiebron voor onze idealen

De vele vergeten heiligen zijn voor een groot deel op een nare manier aan hun einde gekomen, omdat ze stonden voor wat hen heilig was. Hun geloof, hun trouw aan idealen. Ze zijn bijna vergeten, maar we zouden ons door hen kunnen laten inspireren. Door te staan en te gaan voor wat je heilig is. Je geloof, jouw liefde, de hoop op een betere wereld. Je idealen.

Blijf trouw aan wie je heilig is. Je partner, je vrienden en vriendinnen, je kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, je dieren, … Daarmee maak je de gebroken wereld om je heen een beetje heiliger.

Kees

Tot slot een korte overpeinzing die ik jaren geleden schreef, in een periode waarin ik pastorale stageliep op de psychiatrische afdeling van een verpleeghuis.

Kees is 50 jaar geleden geboren met het Syndroom van Down, een “mongool” in de volksmond. Een gebroken leven in de ogen van de mensen, maar niet in de ogen van God en dat weet Kees maar al te goed.

Elke zondag is hij misdienaar in het verzorgingshuis waar hij al jaren woont. Plechtig draagt hij de Bijbel naar binnen. Voor hij het liturgisch centrum betreedt, buigt hij zó diep dat hij met zijn neus bijna de grond raakt, hij maakt een groot kruis aan het begin van de viering. Medebewoners die lawaai maken of zich anderszins oneerbiedig gedragen, worden door hem streng tot de orde geroepen. Desnoods legt hij de viering even stil. Aandachtig volgt hij de overweging. Zo nu en dan knikt hij instemmend. Bij de vredesgroet omarmt hij plechtig de voorganger en na de communie verdiept hij zich in de Bijbel, hoewel hij geen woord kan lezen. Niet nodig. Kees leest met zijn hart. Ziek zijn op zondag kan hij zich niet permitteren, want hoe moet dat dan met de viering?

Kees. Een geschonden leven in de ogen van vele mensen, maar volmaakt en heel in de ogen van God. En dat weet hij.

Kees. Hij is mij heilig!

Dorothée van Leer-Wassenburg