Sinterklaas

Dorothée van Leer-Wassenburg schrijft….

Lieve mensen… ik moet U iets bekennen…… Ik houd van Sinterklaas. En voordat U nu denkt dat ik hiermee een openlijke liefdesverklaring bedoel uit te spreken naar één van die verklede mannen die in deze tijd van het jaar overal opduiken, haast ik mij te zeggen dat mijn warme gevoelens slechts die ene echte Sinterklaas betreffen.

De heilige bisschop uit Myra, die al eeuwenlang eens per jaar zijn warme residentie in Spanje verlaat om op een uiterst oncomfortabele boot naar ons kille kikkerlandje af te reizen met als enig doel alle kindertjes en vele grote mensen te verrassen met kleine geschenken.

Ja, ik houd van die man. Als de dagen beginnen te korten en de eerste trekvogels luid schreeuwend wegtrekken naar warmere oorden, dan denk ik aan Sinterklaas, die zich op ongeveer datzelfde tijdstip aan het voorbereiden moet zijn op zijn zoveelste barre trip over het water.

Soms betrap ik mezelf er zelfs op dat ik zachtjes “Hij komt, hij komt die goede lieve Sint” loop te neuriën. Heel zachtjes natuurlijk, want de mensen zouden me voor gek verklaren. Welke malloot denkt er zo rond eind september, begin oktober al aan Sinterklaas?

Ja, de bedrijfsleiders van (sommige) winkelketens natuurlijk, maar dat is niet  – zoals bij mij – uit liefde voor de goedheiligman. Dat is gewoon uit commercieel oogpunt en zij hebben er dus niets van begrepen, want de échte Sint moet niets hebben van commercie. De echte Sint doet ook niet aan grote geschenken. Van hem moet je niet veel meer verwachten dan een chocoladekikker in je schoen, of een handvol pepernoten.

En als het heerlijk avondje dan eindelijk is gekomen, dan krijg je niet het laatste model breedbeeldtelevisie, de nieuwste smartphone, een kostbaar horloge of dure merkkleding – maar dat mooie boek waar je het ooit één keer terloops over hebt gehad of een lekkere warme sjaal in je favoriete kleuren.

Dat heeft me altijd verbaasd, dat de échte Sint zijn cadeaus altijd met zoveel zorg uit kiest. Het moet toch een hele klus zijn om precies te weten wat al die kleine en grote mensenkinderen in Nederland ten diepste verlangen, te meer omdat de echte Sint niet zoveel geld kan besteden. En als hij dat wél zou kunnen, dan zou hij het nog niet doen, want hij is een wijs mens die weet dat een klein geschenk dat met aandacht en genegenheid voor de ontvanger is uitgekozen veel meer waard is dan een groot duur cadeau dat op het laatst moment in allerijl is aangeschaft. Nee, de echte Sinterklaas onderscheidt zich van al die nepsinten door kleine met zorg uitgekozen persoonlijke geschenken.

Ach, wat houd ik van die man!

Ook al omdat zijn komst naar ons land het leven voor korte tijd zo kinderlijk eenvoudig maakt. Gewoon “wie zoet is krijgt lekkers, en wie stout is de roe” en dat is een troostende gedachte in een wereld waarin de stouten maar al te vaak het lekkers krijgen en de zoeten nogal eens een roe in hun schoentje vinden.

De echte Sint beloont het goede en straft het kwade – maar dat laatste doet hij nooit met harde hand, want in zijn oneindige wijsheid weet hij dat een liefdevolle berisping, het liefst verpakt in wat humor, vaak al voldoende is om de stouterik tot het inzicht te brengen dat zijn of haar gedrag mogelijk wel enige verbetering behoeft.

Ach mensen, laten we de echte Sint-Nicolaas toch alsjeblieft in ere houden! Ik weet heus wel dat hij zó oud is dat hij hier en daar wel geassisteerd móet worden door “stand-inns” of hulpsinten – en dat geeft ook niets, want de meeste van hen kwijten zich prima van die schone taak. Zij beseffen – net als de enige echte Sint – dat geschenken niet alleen met geld, maar vooral met aandacht en liefde gekocht dienen te worden. 

Goede hulpsinten nemen ook de tijd om de ontvang(st)er een aardig briefje – al of niet in rijmvorm – te schrijven waarin ze zijn of haar kwaliteiten prijzen en de wat minder aardige eigenschappen met humor berispen. Maar die andere nep-sinten, die vermomde wandelende reclamezuilen die er alleen maar op uit zijn om mensen zoveel mogelijk geld uit de zak te kloppen, die zouden we met z’n allen moeten boycotten!!!

Gisteravond liet ik een lieve vriendin uit die onverwacht was langsgekomen en toen ik het licht in de gang uitdeed, viel mijn oog toevallig op mijn schoenen onder de trap. Er zat een heel klein pakje in met mijn naam erop. Het bleek een schattig boekje te zijn met de titel “Vriendschap is een uitzonderlijk plekje” en voorin stond geschreven “heel veel liefs van de Sint”.

Ik deed de voordeur open. Het was volle maan en even, heel even meende ik op de daken aan de overkant het silhouet te zien van een sierlijk paard met op zijn rug een stokoude man met een grijze baard, een mijter op zijn hoofd en een lange mantel om zijn gebogen schouders. En ik fluisterde zachtjes:

“Dank u Sinterklaasje. Doet u alstublieft voorzichtig want we kunnen u nog lang niet missen”.