St. Urbanuskerk Bovenkerk - pastor Dea Broersen

Voorafgaand aan de overweging waren de volgende lezingen:

  1. Eerste lezing: Deut. 4:1-2+6-8
  2. Tweede lezing: Jak.1:17-18+21b+22-27
  3. Lezing uit het heilig Evangelie: Marcus 7:1-8+14-15+21-23

Een goede vriendin van mij is lerares op een reguliere basisschool in Den Haag. Afgelopen week is daar het nieuwe schooljaar weer van start gegaan en vlak daarvoor was ik bij deze vriendin op de koffie. Zij is nog wat je zou kunnen noemen een echte juf, toegewijd aan haar vak en vooral aan de kinderen die aan haar zijn toevertrouwd, en kan heel boeiend vertellen over wat ze daarbij allemaal meemaakt. Ik vroeg haar of ze zin had in haar nieuwe klas. En ze vertelde, dat het elk jaar weer spannend is waar je als juf mee start. Vorig jaar had ze groep 4 en nu groep 3, de kinderen zijn weer allemaal anders en met andere achtergronden, maar hoe maak je van zo’n klas nu op redelijk korte termijn een samenhangend geheel? Mijn vriendin vraagt in het begin altijd: wat voor een klas willen jullie zijn? Vooral een gezellige club die lol wil maken, of één die wat meer serieus wil zijn en graag veel wil leren? En wat hebben we daarvoor nodig waar het gaat om regels en afspraken? De klas maakt vervolgens een soort missiestatuut van enkele zinnetjes, en als het ergens misgaat gaan ze daar met elkaar naar terug om te kijken hoe het wel had moeten gaan. Het gedrag in de klas is daarbij een direct gevolg van de keuze van hoe ze willen zijn. En mijn vriendin besloot met te zeggen, hoe belangrijk het is om de kinderen aan te moedigen en te complimenteren. Want dat maakt de keuze voor een bepaald gedrag veel makkelijker.

In de Schriftlezingen van vandaag gaat het ook om regels en afspraken, geboden en verboden. Mozes legt in de eerste lezing in feite het begin van een grondwet neer bij het volk van Israël. Hij vertelt de mensen hoe uitverkoren ze zijn, en hoe anderen hun wijsheid en inzicht zullen waarderen als zij zullen handelen naar de geboden van de Heer. Zoals je bij kinderen het best kunt uitleggen waaróm we bepaalde afspraken maken, zodat ze snappen wat dat oplevert. En zeker in die tijd van Mozes, zonder stipte afspraken op dit punt in het verhaal van God met de mensen zou het een aardig rommeltje worden.

Jezus zit meteen in een nogal zware opsomming van verboden, je zou kunnen zeggen in het heftige klaslokaal van het leven. Ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, het liegt er allemaal niet om. Maar Jezus doet dit misschien wel met opzet, omdat hij aan de Farizeeën en Schriftgeleerden wil laten zien dat hij het gesprek met hen serieus neemt. Hij heeft het namelijk behoorlijk aan de stok met deze lieden, die zijn leerlingen ervan beschuldigen dat zij hun handen niet wassen voor het eten. Jezus concludeert hieruit, dat de Farizeeën het naleven van allerlei voorschriften en regels zover hebben doorgevoerd, dat het intussen niet meer om de inhoud gaat. De overlevering van de voorvaderen op het punt van reiniging en hygiëne is tot cultus verheven, en Jezus wil af van dat vasthouden aan de buitenkant van de dingen. Hij is vandaag dan ook aardig fel als hij bijvoorbeeld zegt: dit volk eert mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen! Geen gebod of regel van buiten kan er ook iets aan veranderen als er in het hart van de mensen zelf dingen niet deugen. Daar is groei voor nodig, zelfinzicht en een innerlijke ommekeer.

Jezus wil terug naar waar het werkelijk om gaat en dat vinden we vooral terug in de tweede lezing. Met de woorden van die lezing wordt ook ons, vandaag, gevraagd om niet alleen toehoorders, maar ook uitvoerders van het woord te zijn. Geloof dat tot leven komt niet in woorden, maar in daden, niet in het elkaar veroordelen maar in het de ander bemoedigen en complimenteren. Met als belangrijke pijler het omzien naar elkaar, en de zwakkeren en mensen in nood bijstaan. Jakobus geeft als voorbeeld wezen en weduwen opzoeken in hun nood, en dit staat natuurlijk symbool voor iedereen die hulp nodig heeft. Gerechtigheid doen volgens de Tora, de vijf boeken van Mozes, heeft inderdaad ook alles te maken met opkomen voor minder bedeelden. Zo kon de profeet Jeremia in hoofdstuk 22 bijvoorbeeld zeggen dat ‘God kennen’ gelijkstaat met ‘opkomen voor armen en behoeftigen’.

Maar als we het nou over geboden hebben; diverse keren in de Bijbel geeft Jezus aan wat voor hem het allerbelangrijkste gebod is: dat we elkaar liefhebben. Paulus zal later in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe dan ook zeggen: ‘al ken ik alle geheimen van de wetenschap en heb ik een geloof dat bergen verzet, zonder de liefde dient het mij tot niets’.

Met dat gebod in ons hart, zal het ons toch moeten lukken om balans te vinden tussen een te starre orde van regels en een mogelijke chaos. Want afspraken moeten we wel maken, in de wereld, in de kerk, in ons gezin en in de klas. Anders wordt het een rommeltje. En misschien is wel een belangrijk uitgangspunt, dat we ons eigen hart goed kennen en waar nodig bijstellen. Jezus zegt dat wij niet van buitenaf, maar van binnenuit bezoedeld kunnen zijn. Nou klinkt dat wel wat zwaar, maar het kan helemaal geen kwaad om onze ziel af en toe wat op te poetsen. Misschien wat meer bewust leven, stilstaan bij wat je doet en zegt, onderkennen waar je de fout ingaat, nieuwe inzichten toelaten, openstaan voor innerlijke groei, en zo werken aan wat het hoogste en het beste in onszelf is. Gedragen door dankbaarheid aan God, voor het volmaakte geschenk van ons leven.

Zo eren wij God vanuit ons hart. Zo is, net als in de klas, ons gedrag een gevolg van de keus hoe we gelovig willen zijn, niet van buitenaf opgelegd, maar met een waarachtige keus vanuit ons hart.

Op de school van mijn vriendin werken ze ook met wat zij noemt: een taalproject. De leerkrachten gebruiken voor bepaalde dingen zoveel mogelijk dezelfde taalformuleringen, om de kinderen te helpen zich bijvoorbeeld in de nieuwe klas thuis te laten voelen en een veilig, stevig fundament te bieden.

Ik zou voor de wereld eigenlijk ook wel een taalproject wensen. Niet één van woorden en grammatica, maar wel de taal van respect, de taal van begrip, de taal van vergeving en van openstaan voor elkaar. Elkaar willen verstaan van hart tot hart en vandaar uit afspraken maken hoe we dingen willen regelen.

Daarom wens ik u en ons allen vooral de taal van de liefde toe. Want Liefde… Liefde is Gods moedertaal.

Amen