Op persoonlijke titel geschreven door Edwin Barentsen
Parochiaan van de St. Urbanuskerk te Bovenkerk
Initiatiefnemer van “Het pastoraat van nabijheid” in Bovenkerk

Minder inkomsten, hoge kosten voor het onderhoud van gebouwen en personeelstekorten zijn de drijvers achter het model van één toekomstige centrale kerk. Echter, zonder tussenoplossing voor de lokale gemeenschappen die bij de verkoop van gebouw en gronden achterblijven, zetten we onnodige extra druk op de ontkerkelijking en daarmee ook op de financiën. Onder de titel “Pastoraat van nabijheid” is er een tussenoplossing. Voorwaarde is het in standhouden van de zondagse samenkomsten op een alternatieve plek in de buurt van de verkochte kerk. Pastores, parochianen en andere voorgangers dienen daarvoor de handen ineen te slaan.

Inleiding

Door verandering van de omgeving zal het landschap rondom geloven gaan veranderen. Daar zullen we in R.K.-parochie Amstelland (RKA) rekening mee moeten houden en vandaar dat het bestuur enquêtes houdt en stuurt op meerjarige onderhoudsplannen voor gebouwen. Het bestuur probeert antwoorden te vinden op vragen als: Wat is de meest vitale parochie, welke gebouwen stoten we af en in welke volgorde? Die keuzes en de snelheid waarmee deze worden gerealiseerd komen slechts voort uit twee aspecten die we vervolgens zullen doornemen:

  1. Financiën
  2. Personeel

Financiën

Het aantal kerkgangers blijft teruglopen en qua aanwas komen er nauwelijks mensen van onder de 50 jaar bij. Dat betekent dat de gemeenschap vergrijst. Voor de inkomsten betekent dat minder collecte geld en minder kerkbijdrage. En als de inkomsten blijven tegenvallen dan kun je maar op één manier tot een oplossing komen en dat is beknibbelen op de kosten.
Kijken we naar de kosten dan zijn het met name de gebouwen die hoge onderhoudskosten veroorzaken. Op de andere kosten kun je wel besparingen behalen, maar dat is onvoldoende om het gebrek aan inkomsten goed te maken. We worden dus gedwongen om gebouwen te saneren.
Welke gebouwen komen dan in aanmerking om te saneren? Om die vraag te beantwoorden is het goed om te weten dat een gemeenschap die je overplaatst naar een andere locatie voor ca 80% ter ziele gaat en dat dien je in diezelfde mate te vertalen in minder inkomsten. Dat verplaatsen wil je dus zoveel mogelijk voorkomen en/of uitstellen. Dat betekent dat de gemeenschappen met de meeste kerkgangers en/ of de hoogste inkomsten in hun eigen kerk gehuisvest zullen blijven.
Voor de andere gemeenschappen is de hoogte van de opbrengst bij verkoop van het pand en gronden bepalend. De eigendommen met de hoogste bijdrage aan het eigen vermogen zullen het eerst worden verkocht. Ik zal hier geen uitspraken doen over welke kerk er over blijft of welke er gesaneerd worden. Dat is niet aan mij en ook niet nodig voor het presenteren van deze zienswijze.

Personeel

Er zijn te weinig gekwalificeerde voorgangers beschikbaar om in het algemeen alle zondagse vieringen in de kerken te voorzien. De visie van het bisdom om leken en ook pastoraal werkers minder privileges te verlenen dan voorheen (uitsluitend gebedsvieringen) maakt het aantal voorgangers schaarser. Dan wil het Bisdom graag dat pastores en diakenen gezamenlijk de eucharistieviering doen. En op hoogtijdagen staat het pastores team graag als geheel met elkaar op het altaar. Opnieuw verschralingen van het aantal voorgangers dat verdeeld kan worden over de locaties. Dankzij emeritus pastores blijven de zondagse vieringen te realiseren, maar het is een kwetsbaar geheel. De bezetting kan door enkele calamiteiten spontaan omslaan in een nijpend tekort aan voorgangers binnen RKA.
Dat pleit voor een actieve houding bij pastores om een gunstig klimaat te scheppen voor andere voorgangers die willen voorgaan in de zondagse vieringen. Dat kunnen leken zijn of voorgangers die betrokken zijn bij één of meerdere locaties.

Eén centrale kerk

We stoten onvermijdelijk gebouwen af en behouden één centrale kerk. Dat wordt de plaats waar altijd eucharistie wordt gevierd en waar u naar toe mag gaan. De vraag is wat we doen met de gemeenschappen die lokaal achter blijven. Laten we ze voor ca. 80% afsterven of bieden we deze gemeenschappen een alternatief. Hoe ziet zo’n alternatief er dan uit? Helaas hebben we daar geen ervaring mee… nou ja in Bovenkerk heeft de gemeenschap onder de titel: “Het pastoraat van nabijheid” daar een antwoord op gevonden. Wat verstaan we onder “Het pastoraat van nabijheid”?

“Het pastoraat van nabijheid”

In het heden (1) zijn er vijf kerken binnen RKA waarbij de locaties worden ondersteund door het pastores team aangevuld met emeritus pastores. Het tweede plaatje kent een centrale kerk (2) waarin u mag meedoen en waar altijd een eucharistieviering is. De andere kerkgebouwen zijn gesaneerd en de lokale gemeenschappen zijn ter ziele gegaan. Dit model is het eindscenario en waarschijnlijk niet te voorkomen. In het derde plaatje is er ook één centrale kerk, echter de lokale gemeenschappen bestaan nog en de pastores zijn bereid tot het invullen van lokale zondagsvieringen in bijv. een wijkcentrum aangevuld met leken die voorgaan. Dit noemen we “Het pastoraat van nabijheid” (3). Dit is een tussenmodel om van het heden (1) uiteindelijk naar de toekomst van een centrale kerk (2) te komen.
Nu een rekenvoorbeeld met aantallen parochianen op basis van een eucharistie of communieviering (een gebedsviering trekt ca. 40% minder kerkgangers). De huidige kerkgang trekt elke zondag meer dan 550 parochianen. Als we rekening houden met een uitval aan kerkgangers van 80% bij een centrale kerk (in de provincie Utrecht is dat 90%) dan blijven er gem. ca. 200 parochianen over. Rekenen we met een uitval van 30% bij “Het pastoraat van nabijheid” dan houden we ca. 470 parochianen over. Uit dit simpele voorbeeld blijkt dat “Het pastoraat van nabijheid” wekelijks 270 parochianen meer de gelegenheid geeft een zondagsviering bij te wonen dan het centrale model. Dat “Pastoraat van Nabijheid” biedt dus veel meer toekomst en dat mag je gerust vertalen in structureel hogere inkomsten.
Dus kerken sluiten zonder lokale opvang en zonder het in standhouden van de zondagsvieringen is niet het model waar ik voor pleit.

Wat moet je voor het pastoraat van nabijheid doen?

Bij het sluiten van een gebouw dienen bestuur, pastores, lokale parochianen en anderen die willen voorgaan alternatieven te ontwikkelen om na de onttrekking van de kerk aan de eredienst in de buurt met de gemeenschap verder te gaan. Bovendien dien je op één of andere manier de zondagsviering te blijven ondersteunen met voorgangers.
Het kan niet anders dan met elkaar in gesprek te gaan en oplossingen te bedenken. Dat betekent voor de pastores het ondersteunen van één of meerdere zondagsvieringen in de maand op die locatie. Ook vrijwilligers kunnen hun verantwoordelijkheid nemen. Dat hoeft niet altijd met een complete liturgie te zijn. Ook samen komen en een kopje koffie of theedrinken met een lied, een gebed en intenties kan al genoeg zijn. Als het maar past bij die lokale gemeenschap.

Wellicht ten overvloede: ik heb het bewust over de zondagse samenkomsten, omdat het verplaatsen naar door de week ook een sterke impact heeft op het aantal kerkgangers. Dat zal mogelijk iets gunstiger uitkomen dan het model van de centrale kerk (2), maar veel meer zal dat niet zijn. Niet voor niets heeft onze Heer de zondag tot rustdag gemaakt en niet voor niets gaan we sinds mensenheugenis zondag ’s ochtends naar de kerk.

Ervaringen met het pastoraat van nabijheid in Bovenkerk

Door de brand in de St. Urbanuskerk hadden we als gemeenschap geen thuis meer. We zijn toen direct omarmt door het Noorddamcentrum (NDC) en daar zijn we graag op ingegaan. Eind november werden de zondagse vieringen en de koren door bestuur en pastores verplaatst naar de Titus. Toen hadden we in Bovenkerk een vergelijkbare situatie van een voor ons centrale kerk (De Titus) en een lokale gemeenschap zonder thuis in een wijkcentrum (NDC).

In Bovenkerk zijn we toen begonnen met het ontwikkelen van “Het pastoraat van nabijheid”. We kregen twee vieringen in de maand vanuit RKA (waaronder één eucharistieviering) en we mochten de rest zelf gaan invullen. Deze situatie heeft een halfjaar geduurd en gelukkig wordt de klok weer teruggedraaid en komen ook de koren en de familievieringen met de kinderen vanaf september 2019 weer terug in het NDC. Ook het pastores team laat zich meer zien met drie vieringen per maand.
Die periode heeft geresulteerd in een paar alternatieve manieren van zondagsvieringen die parochianen zeer aanspraken, zoals Heel Amstelland Zingt en Het Woord Voorop. Twee concepten waarmee we hebben ervaren dat we als leken in staat zijn de pastores voor vieringen te ontlasten. We zagen ook nieuwe mensen in de kerk die nieuwsgierig waren in deze alternatieve vormen van vieren. Maar ook in Bovenkerk zijn we kerkgangers verloren die wel in de St. Urbanuskerk kwamen, maar niet in het NDC. Ik schat een terugval van zo’n 20%.

Wat biedt toekomst voor heel R.K.-parochie Amstelland?

RKA heeft een duidelijke visie omtrent de zondagsvieringen nodig als de kerk niet of niet meer toegankelijk is. “Het pastoraat van nabijheid” maakt het voor alle locaties makkelijker om mee te werken aan het pad waar stuk voor stuk gebouwen en gronden worden verkocht en dat uiteindelijk leidt tot één centrale kerk.
Dan dienen pastores een actieve houding te hebben dat andere voorgangers hen kunnen ontlasten met het voorgaan in zondagsvieringen. Dat betekent het actief begeleiden van leken, kansen creëren en voortborduren op gunstige lokale ontwikkelingen. Dat betekent ook het bieden van ruimte op de zondag om ervaring op te doen.
Daar waar de mogelijkheden van “Het pastoraat van nabijheid” al snel op ons afkomen is het belangrijk dat bestuur, pastores en de locatieraad in gesprek gaan.

Het Woord Voorop

Helaas bieden we geen plek aan de opgedane ervaringen in Bovenkerk met Het Woord Voorop. Dit type viering zou je heel goed kunnen door ontwikkelen. Zo’n kans gaat verwateren als een team niet actief wordt gehouden. We zagen al eerder dat de bezetting van de zondagsvieringen kwetsbaar was. Een enkele calamiteit met een voorganger kan al voor flinke dilemma’s zorgen, terwijl we aan de andere kant dit soort kansen verkwanselen.

Ik gun elke gemeenschap zonder “thuis” uit de grond van mijn hart een passende oplossing voor het in takt houden van de zondagsvieringen.