– Pinkstergedachte, door Els Rentenaar

Als het over de heilige Geest gaat, dan wordt dat in de Bijbelse vertellingen doorgaans uitgedrukt in de vorm van wind, als een wind die over ons kan komen. Dan zou je toch zeggen dat we daar in ons kouwe kikkerlandje wel voldoende van hebben, van die wind! Er trekt geen voor- of najaar aan ons voorbij zonder bomen te ontwortelen en wie kent niet dat typisch Hollandse beeld van fietsers over open dijken, die altijd of op de heenweg of op de terugweg wel tegenwind hebben? Zo beredeneerd heb je dus eigenlijk alleen maar last van de wind als je de verkeerde kant opgaat…

Maar ik denk dat die goede Geest, die helper in ons midden, vast iets meer weg heeft van een verfrissend briesje aan zee of zo. Even lekker uitwaaien, zeggen we wel. Zo een wind waar je hoofd lekker van schoonblaast en waarmee je je longen weer vult met schone lucht en verse adem. Adem: daarmee wordt die Geest ook wel vergeleken. Maar dan in de betekenis van het joodse woord ‘ruach’ en het Latijnse ‘ inspirare’, wat zoveel zeggen wil als levensadem en de inspiratie waarop wij voortgaan. Als de levensadem van God over het water uit het scheppingsverhaal.
Als we dan uitgaan van dat winderige landje waarin we wonen, dan is die goede Geest dus eigenlijk nooit ver weg. En net zoals je de wind niet kunt zien behalve aan het effect ervan op de bomen en de struiken, zo kunnen we ook de Geest niet waarnemen maar wel herkennen aan het effect ervan op mensen. Die wind, die brengt ons in beweging. God is bij ons, door weer en wind.

In de lezingen rond Pinksteren staat dat de leerlingen bijeen waren in een woning, waar ze zich schuilhielden. Angstig door het gebeurde rond Jezus’ dood en bang voor wat de toekomst nog brengen zou. En we weten uit de evangelielezing van Pinksteren dat die woning zich plots vulde met een reemd geluid dat op wind geleek, waarna vuurtongen zich boven de hoofden van de leerlingen verdeelden.


Wind en vuur. Nee, niet in de nare en destructieve combinatie zoals wij dat kennen, bijvoorbeeld wat dat kan doen met het droge hout van een bos in Californië in de zomer, maar juist
creëerend. Wind en vuur: Bijbelse symbolen voor de aanwezigheid van God zelf. Aangewakkerd door beiden, traden de leerlingen naar buiten. Ik heb me altijd afgevraagd of wij ons in die vertelling zouden kunnen spiegelen aan die leerlingen van toen, die plots naar buiten traden en vol van Zijn vuur over Hem begonnen te spreken, of dat wij lijken op die mensen van alle volkeren die ineens Zijn woorden uit hun mond konden verstaan. Misschien is beiden wel heel wonderlijk?

Hoe dan ook: die aanwezigheid mogen ook wij vandaag de dag nog merken, als wij die Geest binnenlaten. We mogen weer naar buiten treden. Niet meer bang, vol van Zijn levenskracht en liefdeskracht. En wie weet, kunnen we ons vandaag de dag ook wel herkennen in die bekende Emmaüsgangers, die plosteling Jezus in hun midden herkenden. Ook wij mogen er weer wat meer op uittrekken, zijn twee aan twee weer welkom als bezoekers in de woningen van een ander. En wie weet, mogen wij ook vandaag de dag merken dat Hij onder ons is, als wij ons herkennen in Zijn woorden: “waar twee of drie in Mijn naam bijeen zijn, daar ben ik aanwezig.” Met het hart op de tong natuurlijk.

Jezus heeft ons niet met lege handen achtergelaten: Hij gaf zogezegd de Geest. Mogen wij daar deze Pinkstertijd ook iets van merken!