• door Els Rentenaar

De Zaaier 

In de evangelielezingen die rond deze weken de revue passeren tijdens de zondagse vieringen verhaalt de apostel Matteüs over de verschillende gelijkenissen die Jezus ons voorhield over zaaiers en oogsten. Het is precies dat thema dat al zolang tot de verbeelding spreekt: dat beeld van De Zaaier. Zelfs onze taal is van uitdrukkingen hierover doorspekt. In de lezingen van vorige zondag (Matteüs 13,1-23) ging dat als volgt. 

Jezus vertelde: ‘Er was eens een boer die ging zaaien. Bij het zaaien viel een deel van het zaad op een weg. De vogels kwamen het oppikken. Een ander deel viel op de rotsgrond. Daar was wel niet veel aarde, maar het begon toch te groeien. Maar toen de zon scheen, verschroeide het. En omdat het geen wortel had, verdorde het. Een ander deel viel tussen de distels. Maar die verstikten het. Nog een ander deel viel in goede aarde. Daar groeide het goed op en leverde veel vruchten op. Honderd, zestig, of dertig korrels per zaadje dat gezaaid werd. Wie oren heeft, moet luisteren.’ en vervolgens vroegen de leerlingen naar de bekende weg, waarop Jezus hen in de vervolgverzen de betekenis uitlegt. Die zaaier staat voor degenen die het Woord van God verspreiden, de grond waarop het valt…dat zijn wij. 

Zinloos? 

Wie gooit er in godsnaam kostbaar zaad op de weg, op de rotsen of tussen distels? De boodschap van Jezus lijkt vreemd en overbodig, want zelfs zonder ‘gezond boerenverstand’ kan iedereen bedenken dat je het zaad dat je uitstrooit niet op zo’n manier moet verkwisten! 

Om de boodschap te kunnen verstaan, is het goed om weten dat in het oude Palestina het land anders werd bebouwd dan nu bij ons: er werd eerst gezaaid en pas daarna geploegd, zodat het zaad bedekt werd en het tegen insecten en weersomstandigheden bestand was. Ook de ondergrond die de boer moest bewerken was anders: men zaaide op een soort stoppelveld waarin zowel platgelopen paden als distels waren, en plekken met enkel maar een dun laagje aarde waaronder direct de rotsbodem zit. Dat was het stuk rotsachtige ondergrond waarop zich een laagje aarde had gevormd waar het zaad zich wel snel kon wortelen, maar even snel onder de hete zon weer verdorde, en in het voorjaar werd de grond overdekt met opschietende distels. De zaaier stapte daarbij over een ongeploegde akker waar de mensen sinds de laatste oogst – om een hoekje af te steken- dwars overheen waren gelopen. Dat is ‘de weg’ waarvan wordt gesproken. En net zoals hier en nu werd de boer tijdens het zaaien op de akkers door vogels omringd die hun graantje meepikten. Het stuk vruchtbare grond waarin het zaad terechtkwam en kon gedijen was maar spaarzaam. En zo was de zaaier rond. 

Aan die ene ‘zinloze’ mededeling had Jezus kennelijk nog niet genoeg, want Hij voegde eraan toe: ‘Wie oren heeft, hij luistere‘. Het is ook niet zo ingewikkeld om de diepere boodschap van Jezus in deze gelijkenissen te lezen – daarvoor lopen we, als gelovig of levenservaren mens, al lang genoeg mee. Het zijn symbolen van een diepere werkelijkheid. Maar kunnen bij het lezen van de boodschap de essentie er ook in horen? 

Het zaad 

Elk van de plaatsen waarop in de vertelling het zaad valt, is een beeld voor de manier waarop wij de boodschap erin kunnen horen: door het woord te horen zonder er verder op in te gaan, door het te beluisteren zonder erin mee te voelen en ons eraan over te geven, door het te beluisteren zonder ons gedrag te veranderen, of door het te aanvaarden en volgens de nieuwe inzichten daaruit te leven, en zo ‘vrucht voort te brengen’. Het is niet alleen een aansporing om te luisteren: we hoeven ons ook niet te laten ontmoedigen door mislukking en tegenslag. Dat vraagt om geduld om iets moois te laten groeien. Een woord, een gedachte, een idee… kan al of niet in goede aarde vallen. De liefde waaruit dat groeit is maar een delicaat plantje. 

De grond 

Die grond uit het verhaal is daar waar ons leven zich afspeelt. En dan zijn er soms van die dagen dat je hart zo verhard geraakt is als een platgelopen weg. Omdat je je gekwetst voelt door iemand die je op je hart heeft getrapt. Dan verhard je misschien zelf en kan de kiem van goedheid niet tot je binnenste doordringen. Of er zijn dagen dat je hart verdord voelt als steengrond door de hitte. Van die dagen waarop één tegenslag tot een levensgroot probleem is geworden. Het droogt uit, het verschroeit en het trekt alle energie uit je weg. Dan raak je in jezelf gekeerd, wil je het probleem misschien alleen oplossen en raak je zo nog meer in de knel. Ook dan is Gods aanwezigheid ver te zoeken. Integendeel. Dan lijkt God zelfs grof onrechtvaardig en dat maakt opstandig. Dan blijft onze aandacht van alle ups en downs, en dus ook alle zegeningen van het leven, steken bij die éne ontgoocheling die heel ons geluk ontwortelt. En er zijn dagen dat ons hart overwoekerd wordt door de drang naar weelde. In zo’n periode in ons leven waarin wij veeleisend zijn, merken we misschien niet dat dit tegelijk de liefde in ons hart voor onze dierbaren verstikt. Dan missen we de grond onder ons bestaan. 

Het Woord 

In het beeld van de zaaier kan men God aan het werk zien. Hij spreidt zijn Woord over de hele wereld uit, overal waar ook maar mensen wonen. Overal kunnen ze het horen. Maar het Woord wordt pas krachtig, schiet wortel en brengt vrucht voort bij hen die het met open hart beluisteren. Daar waar het zaad in goede, vruchtbare aarde valt, schiet het wortel, keert het zich naar het Licht en kan het groeien. 

Het Woord is een levenshouding in het hart van mensen van hier en nu, die, naar Jezus’ voorbeeld, de liefde centraal stellen. Die levenshouding groeit dus ook in ons, bij alles wat wij doen en bij alles wat wij tegenkomen, en met onze beperkte middelen die wij misschien tot onze beschikking hebben. Dan kan het helpen om lief te kunnen hebben als wij weten dat we ons geliefd mogen voelen. 

Wie luisteren wil, mag voelen 

Soms ben ik zelf als de weg waar vogels het woord oppikken, waar Gods woord het ene oor ingaat en het andere weer uit. Soms ben ik als een rots, onontvankelijk voor het woord, en een andere keer overwoekeren distels van zorgen mijn hart en krijgen de woorden geen kans. Maar gelukkig zijn er ook dagen waarop mijn hart dankbaar is, en open. Het zijn de momenten waarop ik me, ondanks mijn beperktheden, dankbaarheid voel voor alle mogelijkheden en zegeningen die ik dagelijks telkens opnieuw ontvang. Dan lukt zoveel meer met een bemoedigend woord, met één kleine attentie, met één stap harder lopen. Het zijn de dagen waarop ik wat ik heb niet voor mijzelf alleen wil bewaren, maar verlang het te delen met anderen. Dan is mijn hart als vruchtbare grond. 

Het luisteren in de vertellingen van Jezus gaat dus zeker niet over een passief horen, maar het vraagt om op een actieve en creatieve manier te luisteren, een luisteren dat gericht is op betrokkenheid en inzet. Zo wordt het een vorm van luisteren naar een boodschap die tegelijkertijd ‘indaalt’ en iets in beweging zet. Of iemand in beweging zet. En wie weet, wordt een beetje beweging zo een golfbeweging? 

De foto bij dit blog heb ik gemaakt tijdens een van mijn (revalidatie-)wandelingen in en door de buurt waar ik woon. Het toont onkruid dat door de stoep omhooggeschoten is, en zo gedoemd is om kort en hevig te leven en weer af te sterven. In verkeerde grond vallen: het komt nog steeds voor, zichtbaar en onzichtbaar in onze nabijheid. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *