• door Els Rentenaar

Komende zondag begint de Advent: de tijd van de donkere dagen voor Kerstmis en uitzien naar het Licht. ‘Advent’ komt van het Latijnse woord Adventus, dat ‘komst’ betekent. Letterlijk en figuurlijk zien we uit naar het licht: het moment dat de dagen weer gaan lengen, zodat we gevoelsmatig wat uit het donker stappen naar het licht toe. En elke zondag in de Adventstijd ontsteken we een kaars, elke week een erbij, en brengen we het licht naderbij. Maar wat betekent dat voor ons, vandaag de dag en in het hier en nu?

In de christelijke traditie zijn we in afwachting van de wederkomst van het Licht van God dat ooit onder ons gekomen is door mens te worden. Het Licht in die betekenis is het licht van Christus. Zijn geboorte wordt herdacht, Zijn wederkomst verwacht. Iedere zondag in de adventstijd wordt in de adventskrans in de kerk iedere week één kaars erbij aangestoken, tot Kerstmis. Ook dit jaar. Net als vorig jaar en het jaar ervoor. Ieder jaar weer tellen we af totdat er een blijvend teken van Licht en Vrede mag zijn.

Aftellen?

Het traditionele aftellen met een adventskalender kent tegenwoordig heel veel vormen. Zoals die bekende met achter ieder deurtje een kleine chocolaatje, of de adventskaars die ik uit mijn jeugd ken, waarbij je iedere dag een genummerd streepje van de kaars verder liet branden. Ze zijn er ook in digitale vorm. En ik heb zelfs een tamelijk decadente adventskalender van een bekend parfumeriemerk gezien, groot en luxe. Maar misschien is het juist wel de bedoeling om je te ontdoen van de hang naar luxe, wat te ontstressen in deze drukke maatschappij, en zo tot bezinning en tot God – of in ieder geval wat meer tot jezelf – te kunnen komen. Hoe dan ook: vanaf zondag ‘mag’ het: elke dag een deurtje openen en je laten verrassen door wat erachter zit. Zo tellen we af naar Kerstmis. En toch maakt het wat onbehaaglijk. Want: wil ik zo wel aftellen? De adventstijd is wat mij betreft toch eerder een tijd van optellen in plaats van aftellen; van vooruitzien in de hoop en verwachting van een betere tijd die komen zal, dan door een oud verhaal achterom zien, naar een tijd die achter ons ligt. Want schuilt de hoop op betere tijden wel in het verleden?

Nee: de wereld is niet veranderd zodra we na de kerstviering de kerk uitlopen, en de vrede is niet blijvend over ons heen gevallen. In ons ‘dorp’ is er zelfs nog geen vertrouwd kerkgebouw om dit jaar Kerstmis te kunnen vieren, door de brand die er heeft gewoed. Geen dak boven je hoofd: hoe dicht brengt dit ons niet bij de boodschap van het kerstverhaal?

….of: optellen?

Van achterom kijken worden we niet veel wijzer, tenzij we ervan leren natuurlijk. Daarom tel ik op en niet af, begin ik verwachtingsvol aan de advent, in de hoop en het vertrouwen dat ons iets moois te wachten staat. En dan mogen we geloven dat een groot wonder met iets kleins begint: de geboorte van God in de gedaante van een mensenkind. Te groots om te begrijpen, maar te klein om het helemaal alléén af te kunnen. Want is het niet een onmogelijke taak om die betere wereld over te laten aan dat kleine Kind? Als je toch al weet dat het met Kerstmis niet over is met de ellende en het verdriet op de wereld, waar wacht je dan nog op?

advent is ook: een deurtje openmaken

Waar wacht je op, als de belofte van vrede op aarde niet vanzelf wordt vervuld? Misschien vraagt het van ons ook meer ‘mens’ te worden, om zo te worden zoals God het heeft bedoeld. Zoals een bekend gezegde luidt: ‘verander de wereld, begin bij jezelf’; bij de wereld om je heen, de kring van mensen waarop je wél invloed hebt. Dan kun je zelf ook een lichtje zijn voor een ander. God komt naar ons toe, maar het maakt het ontmoeten misschien makkelijker als we Hem een stukje tegemoet lopen. Schuif op, maak plaats, en laat je verrassen. Zet dat deurtje open, in je kerk, je huis en in je hart, elke dag weer. Waar wacht je op?