cartoon: Len Munnik – vredesweek.nl

Overweging bij de eucharistieviering van zondag 19 september – door pastor J. Adolfs

Lezingen: Boek Wijsheid 2,12.17-20; Marcus 9,30-37

Onze lectrice van vandaag, Jacintha, heeft zich, bewust of onbewust, al helemaal aangepast:
zij is in het wit, de kleur al van oudsher van de vrede.
Wij kennen het verschijnsel om regelmatig bepaalde dagen en weken een naam te geven.
Wat dacht u van Prinsjesdag en Werelddierendag?
Ook een dag van de secretaresse is ons al niet meer vreemd.
Zo is het vandaag de jaarlijkse ´vredeszondag´ en heeft deze komende week de naam gekregen van ´vredesweek´.
Er wordt op bijzondere dagen of weken speciaal aandacht besteed aan bepaalde personen of aan een aansprekend doel.

Over vrede gesproken heb ik meteen een vraag: is vrede niet ván en vóór ELKE dag van het jaar?
En meteen maar aansluitend: geloven wij dat het ooit nog eens, overal op de wereld, vrede zal zijn?
Ik, persoonlijk, voorlopig zeker nog niet.
Wat dacht u van Afghanistan, Jemen, Libië, Syrië en nog vele andere landen in onze huidige wereld?
De massamedia als televisie, krant en radio houden ons dagelijks op de hoogte van de stand van zaken.
Een vraag van mij: heeft deze kop in mijn krant van donderdagmorgen nou ook met gebrek aan vrede te maken?
Ik lees hier: ‘Lhbti+-leerlingen zijn op school vaker dan heterokinderen het mikpunt van pesterijen door leraren en ander schoolpersoneel.´
´Schokkend´, zegt het COC.
´Ook worden zij vaker gepest dan hetero’s in ruimtes waar geen toezicht is, zoals wc’s, kleedkamers of de parkeerplaats naast de school.’ Tot zover deze citaten.

Hopelijk hoef ik ons hier niet meer uit te leggen om welke jongeren het in dit artikel gaat: het zal je kind maar wezen!
Verzinnen doe ik het dus niet!
Het zal mijn leeftijd wel zijn, maar ik herinner mij soms nog haarscherp wanneer bepaalde gebeurtenissen van heel lang geleden zijn gepasseerd, met datum en soms ook nog de plaats.
De datum van 10 juni 1958 zegt u natuurlijk niets, maar mij wel.
Het was de datum van mijn opkomst in militaire dienst in Vught voor mijn zogeheten nummer 39.06.01.000.
Tussen haakjes: dit was mijn geboortedatum met 000; om nooit meer te vergeten.
Het was ook nog precies tien dagen na mijn negentiende verjaardag en ik was nog ‘zo groen als gras’,
want ik was buiten vakanties nog nooit van huis geweest.
Mijn moeder stuurde mij in dienst met de woorden: ‘Daar word je een kerel van!’
Ik zal maar in het midden laten of dat er van gekomen is!
Vught, Harderwijk en Zuid-Laren zijn de plaatsen waar ik ‘gelegen’ heb: eenentwintig maanden.
Op deze periode in mijn leven kijk ik nog altijd met genoegen terug: veel vrienden heb ik toen gemaakt.
Zelfs een maand ben ik kwartiermaker geweest in La Courtine (Midden-Frankrijk): een plaats indertijd bekend geworden van een liedje van Rijk de Gooijer. Ik ben er nog een beetje trots op!

Waarom ik u dit vertel: ik heb daar ECHT gevochten met een tegenstander als vijand en een geladen geweer in de aanslag, en als radiotelegrafist ook nog met een apparaat op mijn schouders.
Gelukkig waren de kogels geen dodelijke: stel u voor, maar toch!
Bovendien was het ook nog in de bergen en wij kwamen van boven om het dal beneden te veroveren.
Er waren scheidsrechters bij aanwezig, die aangaven wanneer jij ‘voor dood’ verklaard moest worden.
Het aantal minuten dat mij hiervoor gegeven werd was twee minuten, want wij hadden natuurlijk geen schijn van kans!
Gelukkig ben ik er nog, want het was maar spel, maar wel in alle ernst gespeeld.
En ik herinner mij ook nog, hoewel het toch al ruim drieënzestig jaar geleden is, hoe bang ik was: ik deed het bijna in mijn broek.

Ja en dan over vrede gesproken.
Velen van ons hier aanwezig hebben de oorlog meegemaakt en gelukkig mogen wij wat dit betreft hier momenteel niet klagen.
Maar het was toch kardinaal Alfrink, die ooit eens die onsterfelijke woorden heeft gezegd: ‘Vrede is meer dan afwezigheid van oorlog’. Wat een waarheid, zoals ‘Geluk meer is dan afwezigheid van verdriet’.
Ja, dan komen wij misschien dichter bij huis, want wie heeft geen weet en kennis van ruzie, conflicten, meningsverschillen, onbegrip en noemen wij maar op.
Soms zelfs heel persoonlijk en frustrerend en minstens van ‘horen zeggen’ zoals in de politiek, bij familie, buren en laten wij ook de kerk niet vergeten.
Helaas kan het zo zijn dat het een ander niet meer ‘goed’ te maken valt en blijft een wond zeuren.
Er was misschien sprake van ‘eigen schuld’.

In het evangelie van vandaag beluisteren wij de tweede van de drie lijdensvoorspellingen, die Jezus aan zijn leerlingen voorhoudt. Je zou verwachten dat zij dan vragen gaan stellen naar ‘hoe, wat, waar en waarom?’maar zij doen er het zwijgen toe.
Petrus protesteerde in het evangelie van vorige week tenminste nog, al besefte hij niet waar hij het over had!
Neen, er is heel wat anders aan de hand, want onderweg hadden zij het druk om met elkaar te twisten over de vraag wie nou eigenlijk de grootste, de belangrijkste en de voornaamste van hen was.

Kijken wij dan niet in een spiegel en misschien zelfs af en toe ook naar onszelf?
Want is veel onvrede daar niet vaak op terug te brengen?

Natuurlijk mag er ‘gezonde’ concurrentie en wedijver zijn: in de hiërarchie, de sport, het zakenleven, noemen wij maar op.
Ajax heeft toch gisteren terecht met 9-0 van Cambuur gewonnen en laat de beste vandaag winnen bij PSV-Feyenoord!

Jezus zet vandaag als symbool en inspiratiebron om vrede te kunnen stichten, bewaren en bewerken als voorbeeld een kind in het midden en zegt:
“Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam, neemt Mij op; en wie Mij opneemt neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”
Dit is beslist niet kinderachtig of naïef te noemen: integendeel.
Hebben of hadden wij nog maar iets van wat gelukkig veel kinderen nog hebben en ook, o zo gauw, al weer bij hen verdwenen is:
luisteren naar en reageren op wat goed voor je is en het later zelf weer willen doorgeven: letterlijk en figuurlijk.
WAT DOE JIJ, WAT DOE IK, IN VREDESNAAM?
Met de woorden van Jezus wens ik u en wij elkaar: VREDE ZIJ MET U!

AMEN