Overweging bij de viering van zondag 1 mei 2022 – door pastor J. Adolfs

Lezingen: Handelingen 5,27b-32. 40b-41; Johannes 21,1-19

Het heeft de koning behaagt: u weet wie! 

Wij gaan vandaag in deze viering God behagen, en als het kan ook elkaar. Het gaat vandaag in het evangelie over vissen. Een woord en begrip als vissen heeft veel betekenissen. Je kunt het letterlijk opvatten als het proberen te vangen van vis. Maar ook vissen wij wel eens naar gedachten en gevoelens van anderen, en dat meestal met een bedoeling. Wat dit laatste betreft heb ik de afgelopen week nogal eens gevist, want ik had zo wat vermoedens! De ‘uitslag’ is ons allen bekend geworden! 

In het evangelie van vandaag laat Jezus zijn leerlingen vissen in het meer van Tiberias. Het is toch eigenlijk een vreemd verhaal, want ik zou op het eerste gezicht zeggen: schoenmaker blijf bij je leest!  Een aantal apostelen gaat na de gebeurtenissen rondom Jezus terug naar hun oude beroep van visser, want wat moeten ze anders: ze gaan vissen. Zij kenden de kneepjes van hun vak, want zij wisten wanneer zij het best uit vissen konden gaan: bij het donker worden, of ‘s morgens bij het ochtendgloren. Maar ze vingen die keer niets. 

En dan komt Jezus vanaf de wal (Hij bleek het te zijn) hen juist vragen om wat vis. De rollen worden dan omgekeerd: hij neemt het initiatief en beval hen om hun netten weer eens uit te gooien en dan nog wel rechts van de boot.  Volgens mij is links het meest gangbaar, kunt u nagaan hoe ‘onnavolgbaar’ Jezus soms kan zijn! Waarom ze Hem gehoorzamen blijft een raadsel, maar ze doen het toch maar! Het resultaat is overweldigend: netten vol en ze dreigen zelfs te scheuren, maar gelukkig niet! Er is zelfs sprake van een getal: honderddrieënvijftig   stuks. Dit getal moet natuurlijk een betekenis hebben, ook voor ons, hier en nu. Ik heb mij laten vertellen dat het getal honderddrieënvijftig toen stond voor het aantal bekende vissoorten. Vandaag de dag zijn het er natuurlijk vele duizenden. Niemand wordt dus uitgesloten. Over vissen gesproken! 

Ik kan mij nog heel goed herinneren dat op mijn verjaardag (u weet wel: 1 juni) vroeger altijd het officiële visseizoen begon. Op de Bosbaan mocht dan vanaf vier uur in de ochtend je hengel uitgeworpen worden. Mijn ouders hebben ooit eens bedacht om mij daarom als verjaardagscadeau een hengel met toebehoren te geven. Maar Jan hield niet van vissen. Mijn probleem is dat ik altijd meteen grote vissen wil vangen, zoals een snoek of een baars. Zogeheten ‘schele possen’ zijn aan mij niet besteed, want die moeten worden teruggeworpen, omdat ze beneden de maat zijn. Het zal mij wel aan geduld ontbreken. 

En toch zal ik, zeker in mijn pastoraat, heel wat vissen hebben mogen vangen voor de boodschap van het evangelie. In alle bescheidenheid: het ‘lintje’ zal toch wel niet voor niets verleend zijn! Wat dit betreft kijk ik in dankbaarheid terug naar het gebeuren van afgelopen dinsdag: het was een wederzijds behagen! 

Maar met of zonder ‘lintje’: wij mogen elkaar vangen en laten vangen, steeds weer. Alleen moet je daarvoor wel, om het beeld vast te houden, het juiste aas uitwerpen én op de goede plaats én in de meest geschikte situatie. Jezus geeft ons vandaag het voorbeeld.

Tot slot komt Petrus nog in dit evangelie van vandaag aan bod. Driemaal wordt hij door Jezus op de proef gesteld met de vraag of hij hem liefheeft en bemint. Petrus wordt zo natuurlijk herinnerd aan zijn verloochening, ontkenning, bij de kruisgang van Jezus: vóór de haan kraait… Hij voelt zich steeds kleiner worden, maar mag ervaren dat Jezus hem eigenlijk zo rehabiliteert: hoed en wijd mijn schapen. 

Mogen ook wij in ons doen en laten zo met elkaar kunnen en willen omgaan. Het zal God en ons allen behagen! 

Zullen wij er maar een feest van maken, in deze viering en ook straks. 

DANK-U-WEL: ALSTUBLIEFT! 

AMEN 

Mag ik dit meteen als volgt ‘vertalen’: iedereen (wij dus ook) moet gevangen worden, want wij zijn eigenlijk die vissen.