Overweging bij zondag 1e Paasdag, 17 april 2022 – door pastor J.Adolfs

Lezingen: Handelingen 10, 34a,37-43; Johannes 20,1-9

Mag ik beginnen met een vraag: heeft u van de week de volle maan gezien? Waarom ik u deze vraag stel? Volgens een oude traditie valt het feest van Pasen toch altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. En laat dit nu vandaag zijn: dus is het Pasen. 

Van de drie grote jaarlijkse kerkelijke feesten is dit er een: wij kennen nog Kerstmis en Pinksteren. Maar ja, wat vieren wij eigenlijk? Voor veel mensen is Pasen een lang weekend met hopelijk mooi weer om uit te kunnen gaan; tijd voor familiebezoek of om eventueel een meubelboulevard te bezoeken. Wij, u, hebben in ieder geval voor deze paasmorgen een andere keuze gemaakt: deze kerkviering. Maar ja, de vraag blijft natuurlijk: waarom zijn wij in zo’n grote getale vandaag gekomen (De Bovenzaal is helemaal gevuld) en wat is de reden hiervan? Ik hoor iemand al zeggen: het zal Jezus wel weer wezen! Ja, die Jezus: over wie hebben wij het dan? 

In de gezinsviering, waarbij ik gisteren in Ouderkerk mocht voorgaan, had ik voor de kinderen een paar foto’s meegenomen. Ik zal ze ook u niet onthouden: deze, kijkt u maar. Zou Jezus er zo uitgezien hebben? Dit is natuurlijk gekheid, want in zijn tijd, kenden wij nog geen fotografie. Mag ik het zó zeggen: het gaat niet om ‘wat’ iemand is, maar ‘hoe’! 

Wij zullen het moeten hebben van verhalen, neergelegd in boeken, waarin Zijn leven en levenswijze uitgebreid beschreven wordt. Wat dat betreft hebben wij gelukkig onze bijbels als een soort van getuigen hiervan. Wij hebben er zojuist ook enkele verhalen uit voorgelezen en naar geluisterd. Petrus, een van zijn leerlingen, vertelt in de eerste lezing, als een soort van getuige, uitgebreid wat er in de laatste week van het leven van Jezus is gebeurd en hij liegt er niet om.  

Maar dan het tweede verhaal! Er wordt wat heen en weer gerend van en naar het graf van Jezus: over in beweging zijn gesproken! Het schijnt noodzakelijk te zijn voor ons paasgeloof. Te beginnen bij Maria Magdalena, dan Petrus en Johannes. Het is driemaal scheepsrecht, maar het echte bewijs dat hij is opgestaan, wordt niet geleverd. Het blijft bij vermoedens en gissingen aan de hand van een weggerolde steen, zwachtels en een zweetdoek. Zij moesten er dus in gaan geloven dat Hij werkelijk uit de dood was opgestaan. Ja, wat zeggen wij ook weer altijd: geloven is een werkwoord. Het vraagt tijd, geduld, ontdekken, ervaren, inzien. 

Na deze zondag van Pasen horen wij de komende weken nog verhalen over dat geloofsproces van de leerlingen: de ‘lijfelijke’ ontmoeting van Maria Magdalena met Jezus, het verhaal van de twee Emmaüsgangers en niet te vergeten de confrontatie met Jezus van de zogenoemde ongelovige Thomas. 

En wij? Waar geloven wij in, wat betekent Pasen voor ons? Wij hoeven hier geen definitie te geven of een absoluut bewijs. Zalig Pasen: we zeggen het vaak uit gewoonte en bijna vanzelfsprekend. Maar is het niet het proces van mens-zijn in een blijvend WORDT VERVOLGD? Erin blijven geloven dat het anders kan en moet, al zien we vaak het tegenovergestelde; loskomen uit de doodlopende kring van oorlog, geweld en armoede. 

Er heeft een man geleefd, ook in een moeilijke tijd als de onze, ook met mensen die even onbarmhartig waren als sommigen nu: Zijn naam is Jezus. Hij kende het geloof en ongeloof van mensen en is er zelfs op doodgelopen op een kruis. Pas toen zijn in een WORDT VERVOLGD zijn leerlingen in Hem gaan geloven en zij zeiden: Hij leeft! Zij kregen weer moed en durfden het leven aan: we gaan ook nog Pinsteren straks vieren! 

Zij getuigden van Hem, soms ten koste van hun eigen leven. Jezus koos niet de sterkste getuigen. Hij durfde zich kwetsbaar te maken in gewone mensen. Ook in ons? 

Mogen wij het daarom aandurven elkaar van harte toe te wensen: ZALIG PASEN! Het WORDT VERVOLGD! 

AMEN