-overweging zondag 13 februari, door pastor J. Adolfs

LEZINGEN: Jeremia 17,5-8; Lucas 6,17.20

Wat vindt u zalig, heerlijk?
Als ik voor mijzelf mag spreken en daar maak ik dan dít gebaar bij…
Riet, mijn lector vandaag, weet nu precies wat ik ga zeggen, want zij kent mij.
Riet zeg het maar. Ja, u verstaat het goed: ijs!
U kunt mij niet beter trakteren dan op een ijsje. En dan liefst met een Italiaanse maak, want mijn genen verloochenen mij natuurkijk ook hierbij niet.
Helaas is Da Vinci, de ijssalon, momenteel gesloten, maar anders kunt u mij er elke zondagmiddag vinden.
Zo, dat was even een ‘instappertje’.

Natuurlijk gaan de twee lezingen van vandaag niet over ijs.
Een aantal trefwoorden wil ik er wel uitlichten: vervloekt, gezegend, zalig en wee.
Vervloekt en gezegend: er is bij Jeremia sprake van twee levenshoudingen.
Centraal staat een begrip als vertrouwen: vertrouw je alleen op mensen en dan bedoelt
Jeremia een vertrouwen dat alleen stoelt op vergankelijke dingen, of speelt een vertrouwen op God ook een rol?

Vertrouwen op mensen en vertrouwen op God is een twee-eenheid.
In de huidige coronacrisis komt deze gedachte ook wel eens bij mij binnen.
Gebrek aan vertrouwen in beiden: daar zal blijvend aan gewerkt dienen te worden.
Het is nooit een vanzelfsprekendheid: wij spreken uit ervaring.

In het evangelie van Lucas van vandaag spreekt Jezus in zijn ‘vlakterede’ een aantal keren van zalig. Hij is zelfs heel concreet: armoede, honger,verdriet en vervolging komen aan bod. Wij weten allemaal dat deze situaties van alle tijden zijn, ook vandaag de dag nog steeds: voorbeelden genoeg.

Ben je dan ‘zalig’: kom nou!
Neen natuurlijk niet, maar u moet het Bijbelverhaal wel verder lezen. Jezus spreekt namelijk ook nog van ‘wee’. Er is dan sprake van een tegenstelling in situaties en aansluitend gedrag.
Als ik dit evangelie goed versta en begrijp, is hier eigenlijk sprake van een oproep aan de ‘wee-ërs’ om zorg en aandacht te besteden aan de ‘zaligers’.
En dan wel heel concreet: niet alleen in woord, maar vooral in daad.
Niet voor niets komt in het evangelie een paar keer het woord ‘nu’ voor.
Dat is dus niet ‘morgen’.
De vraag is nu natuurlijk ook: wie voelt zich aangesproken?
Ben ik het, u, wij?

Misschien kan enige ‘versoepeling’ (om dat woord ook maar even te gebruiken) in onze houding en gedrag ten opzichte van elkaar geen kwaad.

O, wat zal dat zalig zijn!

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.