DONDERDAG 3 DECEMBER

In de lezing van vandaag kunnen we lezen -of beter nog: horen- dat het ogenschijnlijk kleine verschil tussen horen of daadwerkelijk luisteren en ernaar handelen een wezenlijk groot verschil is. En dat is misschien zelfs nog een tikje meer dan luisteren en handelen naar Gods woord: in de woorden van vandaag wordt het vergelijk getrokken van twee huizen die aan de buitenkant eender en even solide lijken. tot de fundering ervan zo broos blijkt als wat.

Bijzonder, als we bedenken dat net als in die metafoor onze eigen St. Urbanuskerk eerder in de zachte grond rond de Poel dreigde weg te zakken, omdat de fundering het niet hield. U weet hoe dat afliep: de fundering werd hersteld en zelfs verbeterd en de kerk gerestaureerd, totdat die fatale brand uitbrak. Maar we kunnen de kerk weer opbouwen, op een stevig fundament – letterlijk en overdrachtelijk!

De figuurlijke grond in het verhaal staat voor ons leven en de zekerheden waar we ons leven op bouwen. Wat blijft er over van die zekerheden als die broos en wankel blijken, als die grond onder ons bestaan wegvalt? In dit jaar heeft ieder ongetwijfeld een eigen ervaring om daaraan te spiegelen. Waar kunnen we op bouwen en op terugvallen als de grond onder ons bestaan wegzakt?


Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 7, 21.24-27

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Niet ieder die tot Mij zegt: ‘Heer, Heer!’ zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.
Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op rotsgrond bouwde.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas, die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.”


Bijdrage van pastor Jan Adolfs: de betekenis van Advent

Advent betekent: er komt iemand, je krijgt bezoek.
Het is de aankondiging van een gast,
bij monde van profeten, woordvoerders van God:
er komt iemand:Jezus, Redder, Messias.

Maar verwachten wij wel bezoek?
Komt het gelegen?
Hebben wij rijd?
Of zien we juist naar zo iemand uit,
bewust of onbewust,
naar iemand met een visie,
iemand die uitkomst brengt,
omdat we goede raad nodig hebben,
een heiland die heelt,
een sterke man, die recht trekt wat krom is?

In dat geval tref je maatregelen,
je zorgt dat je thuis bent,
je ruimt op en haalt in huis,
om als een goede gastheer de gast te ontvangen.

SPEELHOEKJE

Er was eens een mannetje dat was niet wijs….

Er was eens een mannetje dat was niet wijs,
dat bouwde zijn huisje al op het ijs.
Toen het zijn huisje had gebouwd,
ging het verheugd zijn pijpje roken.
Toen het zijn pijpje had gerookt,
dacht het: Wie moet mijn potje koken?

Er was eens een mannetje dat was niet wijs,
dat haalde een vrouwtje al op het ijs.
Het vrouwtje kookte een pot met snert,
ze namen tien volle borden elk.
Toen het op was, zei het mannetje:
‘Nu nog een beker warme melk!’

Er was eens een mannetje dat was niet wijs,
dat haalde een koebeest al op het ijs.
Het huisje gebouwd, het pijpje gerookt,
koetje gemolken, potje gekookt.
‘Kijk,’ zei het mannetje na een tijd,
‘nu nog een eitje aan ’t ontbijt!’

Er was eens een mannetje dat was niet wijs,
dat haalde een kippenhok op het ijs.
Het huisje gebouwd, het pijpje gerookt,
koetje gemolken, potje gekookt,
eitje gepeuzeld. Het mannetje zei:
‘Nu nog een stukje spek erbij!’

Er was eens een mannetje dat was niet wijs,
dat haalde een varken al op het ijs.
Het varken at zijn buikje rond.
Tenslotte woog het vijfhonderd pond.
Huisje gebouwd, pijpje gerookt,
koetje gemolken, potje gekookt,
eitje gepeuzeld: Krak-krak-krak!
Alles is door het ijs gezakt!

of je komt het rijmpje ook wel tegen in deze korte versie:

Er was eens een mannetje die was niet wijs
Hij bouwde zijn huisje op het ijs
Het ging dooien en niet meer vriezen
Toen moest hij zijn huisje verliezen.